Onderstaande bijdrage is van een externe partij. De redactie is niet verantwoordelijk voor de geboden informatie.

Raambekleding bij kantoorprojecten

Pexels

Bij de afbouw van een kantoorgebouw is raambekleding een onderdeel dat in de planning nogal eens te laat wordt meegenomen. Toch heeft het directe raakvlakken met de bouwkundige uitvoering, de elektrische installatie en de inregeling van klimaatinstallaties. In dit artikel een overzicht van de technische kant van raambekleding bij grotere kantoorprojecten.

Raambekleding als onderdeel van de installatietechniek

In moderne kantoorgebouwen is raambekleding steeds vaker meer dan een losse afwerkingspost. Elektrisch bediende systemen maken deel uit van de installatie en moeten worden afgestemd op de rest van het gebouw. Denk aan de stroomvoorziening per raam, de kabelrouting en de koppeling met eventuele gebouwautomatisering.

Bij projecten waarbij zonwering wordt gekoppeld aan een gebouwbeheersysteem, moet de keuze voor een communicatieprotocol vroeg worden vastgelegd. Gangbare opties zijn KNX, Somfy TaHoma en DALI. Wie dat pas in de afbouwfase bepaalt, loopt het risico dat de gekozen zonwering niet aansluit op het al geïnstalleerde systeem, wat achteraf veel extra werk oplevert.

Bouwkundige eisen aan de raamopening

De juiste raambekleding voor kantoorruimtes begint bij nauwkeurige dagmaten. Cassettesystemen en inbouwrails vragen om specifieke ruimte in de dagkant van het kozijn. Als die ruimte er niet is – of niet tijdig is gereserveerd – moet worden uitgeweken naar opbouwmontage, wat esthetisch minder fraai is en soms ook functioneel beperkter.

Bij grote glasgevels of vliesgevels speelt ook de bevestigingsmogelijkheid een rol. Niet elk gevelsysteem biedt zonder aanpassingen een geschikte ondergrond voor de montage van railsystemen of cassettes. Dit is iets om in overleg met de gevelaannemer en de raambekleding-leverancier vroeg in het project te bespreken.

Maatwerk en doorlooptijden

Bij kantoorprojecten is confectieraambekleding vrijwel nooit een optie. Ramen zijn zelden standaardmaten, en de eisen per ruimte verschillen. Een serverruimte vraagt om andere lichtregulering dan een vergaderzaal of een open kantoorvloer. Dat betekent dat elk product op maat wordt geproduceerd, wat tijd kost.

Een realistisch tijdpad voor een middelgroot kantoorproject – zeg vijftig tot honderd ramen – loopt van inmeten via productie naar montage in zes tot tien weken. Voor grotere projecten kan dat oplopen. Wie de leverancier pas in de laatste maand voor oplevering betrekt, maakt het zichzelf onnodig lastig. Het inmeten alleen al vraagt om een moment waarop het gebouw toegankelijk is en de kozijnen definitief zijn.

Typen raambekleding en hun montagevereisten

De keuze voor een bepaald type raambekleding heeft direct gevolgen voor de montage-eisen. Rolgordijnen zijn relatief eenvoudig te monteren en kunnen zowel in als op het kozijn worden geplaatst. Ze zijn beschikbaar in handmatige en elektrische uitvoering, waarbij de elektrische variant een stroomaansluiting per raam of per groep ramen vereist.

Verticale lamellen worden veel toegepast bij schuifpuien en grote glaswanden. Ze vragen om een stevige bevestiging aan het plafond of de bovenliggende constructie, en bij brede overspanningen is de railconstructie een aandachtspunt voor de monteur. Plissés worden ingezet bij bijzondere raamvormen zoals driehoekige of dakramen en vragen om precisiewerk bij de montage vanwege de specifieke geleiders.

Paneelgordijnen ten slotte worden steeds vaker ingezet als ruimteverdeler naast de functie als raambekleding. Ze vragen om een railsysteem dat zowel aan het plafond als eventueel aan de vloer wordt verankerd, afhankelijk van de hoogte en het gewicht van de panelen.

Elektra en kabelmanagement

Bij gemotoriseerde raambekleding is de elektrische infrastructuur een punt van aandacht dat in de ruwbouwfase moet worden meegenomen. Per raam of per zone is een stroomgroep nodig, en de kabels moeten onzichtbaar worden weggewerkt in de wand, het kozijn of het plafond. Achteraf zichtbare kabelgoten zijn een veelgehoord pijnpunt bij opleveringsinspecties.

De exacte posities van wandcontactdozen of inbouwdozen voor motorvoeding worden bepaald door het type raambekleding en de montagepositie. Dit is informatie die de elektrotechnisch installateur nodig heeft voor de eerste fixfase, en die dus van de raambekleding-leverancier moet komen. Dat vraagt om vroege afstemming tussen beide partijen.

Samenwerking in de keten

Bij grotere kantoorprojecten zijn doorgaans meerdere partijen betrokken bij de afbouw: de hoofdaannemer, een afbouwaannemer, een elektrotechnisch installateur en de raambekleding-leverancier. De coördinatie tussen deze partijen verloopt niet altijd vanzelf. Onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor de kabelvoorziening, de ondergrond of de inregeling van het gebouwbeheersysteem leidt tot discussies en vertraging.

Het is daarom verstandig om in het bestek expliciet te beschrijven wat van elke partij wordt verwacht. De raambekleding-leverancier levert en monteert het product; de elektrotechnisch installateur zorgt voor de aansluiting en inregeling; de hoofdaannemer is verantwoordelijk voor de coördinatie en de tijdige beschikbaarheid van de ruimte voor inmeting en montage.

Onderhoud na oplevering

Raambekleding in kantooromgevingen wordt intensief gebruikt en vraagt periodiek onderhoud. Motoren kunnen na verloop van tijd bijgesteld of vervangen moeten worden, stoffen kunnen slijten of vervuild raken, en rails kunnen door gebruik gaan knarsen of haperen. Bij grote panden is het praktisch om een servicecontract af te sluiten met de leverancier, zodat storingen snel worden verholpen zonder dat er elke keer opnieuw een offerte moet worden aangevraagd.

M+N Projecten voert zowel levering als montage en onderhoud in eigen beheer uit voor kantoorprojecten in de Benelux, wat de afstemming tussen deze fases eenvoudiger maakt dan bij een combinatie van verschillende leveranciers.

Aandachtspunten voor de oplevering

Bij de eindoplevering van een kantoorproject wordt raambekleding gecontroleerd op correcte werking, uitlijning en afwerking. Veelvoorkomende punten zijn rolgordijnen die niet gelijkmatig oprollen, motoren die niet goed zijn ingeregeld of rails die niet waterpas hangen. Dit zijn punten die bij een voorinspectie – een tot twee weken voor de formele oplevering – kunnen worden gesignaleerd en hersteld.

Plan die voorinspectie bewust in en geef de leverancier de ruimte om herstelwerk te doen voordat het gebouw in gebruik wordt genomen. Dat voorkomt dat gebruikers direct na de verhuizing worden geconfronteerd met niet-functionerende zonwering, wat in de praktijk meer voorkomt dan wenselijk is.