De eisen aan de gebouwschil nemen toe. We willen beter isoleren, zuiniger omgaan met materialen en beschikbare ruimte optimaal benutten. Tegelijkertijd blijft de gevel een belangrijk onderdeel van de architectuur. Zeker in Nederland, waar baksteen sterk verweven is met het straatbeeld.
Dat levert een interessante ontwerpvraag op: hoe maak je een gevel slanker, zonder het karakter en de uitstraling van baksteen te verliezen?
Meer prestaties binnen dezelfde ruimte
Een goed geïsoleerde gevel vraagt ruimte. Bij nieuwbouw kan een dikkere gebouwschil ten koste gaan van de beschikbare binnenruimte. Bij renovatie is die speelruimte vaak nog beperkter. De bestaande fundering en maatvoering liggen immers grotendeels vast, terwijl er wel ruimte nodig is om de isolatieprestaties te verbeteren.
Daarom wordt steeds kritischer gekeken naar de dikte van het buitenblad. Iedere centimeter die daar kan worden bespaard, kan op een andere manier worden benut. Dat kan bijvoorbeeld met steenstrippen, maar ook met een smallere gevelsteen zoals de Dinkelsteen® van Strating.
Dat betekent niet automatisch dat baksteen uit het gevelbeeld hoeft te verdwijnen. Er zijn verschillende manieren om met minder materiaal en een kleinere opbouw toch het herkenbare karakter van baksteen te behouden.
Steenstrippen besparen maximaal op dikte
Steenstrippen zijn daar een duidelijk voorbeeld van. In plaats van een volledige gevelsteen wordt een dunne keramische strip toegepast. Daarmee blijft het uiterlijk van baksteen behouden, terwijl aanzienlijk minder ruimte en gewicht nodig zijn.
Die eigenschap maakt steenstrippen onder andere interessant bij prefab gevelelementen en gevelsystemen waarbij weinig ruimte voor de afwerking beschikbaar is. Ook architectonisch bieden ze mogelijkheden. Kleur, structuur, ritme en detaillering blijven bepalend voor het gevelbeeld. De constructieve opbouw verandert daarbij nauwelijks.
Toch is maximale verdunning niet voor ieder ontwerp het uitgangspunt. Soms bestaat juist de wens om traditioneel te blijven metselen en het karakter van een volwaardige gevelsteen te behouden. Ook daar zijn slankere oplossingen voor ontwikkeld.
Een volwaardige gevelsteen, maar dan smaller
Een gevelsteen hoeft niet ongeveer tien centimeter breed te zijn. Door de steen zelf smaller te maken, kan ook traditioneel metselwerk onderdeel worden van een slankere gebouwschil.
De Dinkelsteen® is daar een voorbeeld van. Deze volwaardige gevelsteen is 70 millimeter breed en daarmee circa 30% smaller dan een traditioneel Waalformaat. De gewonnen centimeters kunnen worden gebruikt waar ze binnen het ontwerp het meeste opleveren. Zo ontstaat in de spouw circa 3,5 centimeter extra ruimte, bijvoorbeeld voor isolatie. Bij nieuwbouw kan een slankere gebouwschil daarnaast bijdragen aan meer bruikbaar vloeroppervlak.
Voor renovatie is vooral de beperkte breedte interessant. Wanneer een nieuwe, beter geïsoleerde gevel op een bestaande fundering moet worden geplaatst, is niet altijd voldoende ruimte voor een traditioneel buitenblad. Een smallere gevelsteen kan het dan mogelijk maken om tóch voor gemetselde baksteen te kiezen.
Karakter wordt niet alleen door de dikte bepaald
Een smallere steen roept al snel het beeld op van een strakke, minimalistische gevel. Maar formaat is slechts één van de elementen waarmee een gevel zijn karakter krijgt.
Ook kleur, structuur, voeg, metselverband en reliëf bepalen hoe het metselwerk wordt ervaren. Een ruwe structuur reageert bijvoorbeeld anders op licht dan een glad oppervlak. Een smalle voeg laat de steen sterker als geheel spreken, terwijl een contrasterende voeg juist het ritme van het metselwerk benadrukt.
Daarmee hoeft dunner bouwen niet automatisch te leiden tot een vlakker of eenvoudiger gevelbeeld. Integendeel: door bewust met deze elementen om te gaan kan juist een gevel ontstaan met veel detail en diepte.
De productietechniek speelt daarbij een belangrijke rol. Met strengpersproductie kunnen gevelstenen nauwkeurig op formaat worden gemaakt en kan tegelijkertijd worden gevarieerd met kleur, textuur en afwerking. Zo blijft er ook bij een kleiner formaat ruimte om de steen af te stemmen op het architectonische concept.
Vooral bij renovatie komen de voordelen samen
De behoefte aan slankere gevels wordt misschien wel het duidelijkst zichtbaar bij renovatie. Bestaande woningen moeten aan hogere eisen voor comfort en energiegebruik voldoen, terwijl de beschikbare ruimte nauwelijks verandert.
Een dikkere isolatielaag kan daardoor direct botsen met de bestaande fundering, dakrand of detaillering rondom kozijnen. De keuze voor het buitenblad wordt dan onderdeel van een bredere puzzel.
Steenstrippen kunnen uitkomst bieden wanneer een zeer dunne gevelopbouw gewenst is. Een smallere gevelsteen is interessant wanneer traditioneel metselwerk onderdeel van het ontwerp moet blijven. In beide gevallen wordt dezelfde vraag gesteld: hoeveel materiaal en ruimte zijn daadwerkelijk nodig om het gewenste gevelbeeld te realiseren?
Niet dunner om het dunner bouwen
De gevel van de toekomst zal waarschijnlijk niet uit één systeem of één type steen bestaan. Daarvoor verschillen gebouwen, ontwerpambities en technische randvoorwaarden te veel. Wel verandert de manier waarop naar de gevel wordt gekeken. Dikte, materiaalgebruik en gewicht worden steeds nadrukkelijker onderdeel van het ontwerp. Naast de traditionele gevelsteen komen steenstrippen en smallere gevelstenen daardoor nadrukkelijker in beeld.
De uitdaging is niet om de bakstenen gevel zo dun mogelijk te maken, maar om per project te bepalen hoeveel gevel nodig is om technisch én architectonisch het gewenste resultaat te bereiken.
Zo kan de gebouwschil slanker worden, terwijl kleur, textuur, ritme en de herkenbare uitstraling van baksteen gewoon onderdeel blijven van de architectuur.
Meer weten over de mogelijkheden van baksteen, afwijkende formaten en maatwerk? Bekijk de mogelijkheden van Strating Gevelsteenmeesters.
Geen