Onderstaande bijdrage is van een externe partij. De redactie is niet verantwoordelijk voor de geboden informatie.

Technisch personeel inhuren: waarom vaste dienst niet altijd ideaal is

https://unsplash.com/photos/woman-in-white-long-sleeve-shirt-using-black-laptop-computer-ZPeXrWxOjRQ

Een monteur, lasser of installatietechnicus vinden is één probleem. Hem of haar op het juiste moment inzetten, niet drie maanden te vroeg, niet twee weken te laat, is een heel ander probleem en het is precies waar veel bouw- en installatiebedrijven op vastlopen. Personeelsplanning in de techniek is grillig: een project loopt uit, een ander start eerder en de vaste ploeg is nooit precies groot genoeg voor de piek zonder in een rustige periode overbezet te zijn.

Een monteur, lasser of installatietechnicus vinden is één probleem. Hem of haar op het juiste moment inzetten, niet drie maanden te vroeg, niet twee weken te laat, is een heel ander probleem en het is precies waar veel bouw- en installatiebedrijven op vastlopen. Personeelsplanning in de techniek is grillig: een project loopt uit, een ander start eerder en de vaste ploeg is nooit precies groot genoeg voor de piek zonder in een rustige periode overbezet te zijn.

Waarom vaste bezetting bij pieken tekortschiet

Uit de spanningsindicator van UWV blijkt dat vrijwel alle beroepsgroepen krap tot zeer krap zijn, met technische beroepen als machinemonteurs, loodgieters en elektrotechnisch ingenieurs bij de grootste tekorten. Dat beeld wordt bevestigd door cijfers van het CBS: de bouw telt 74 openstaande vacatures per 1.000 banen, ruim het hoogste van alle sectoren, ook al koelt de arbeidsmarkt als geheel af. UWV verwacht daarnaast dat er in de bouw tienduizenden vacatures ontstaan die vooral openstaan voor monteurs en installateurs, gedreven door onderhoud, verbouw en de energietransitie. Bedrijven die volledig op eigen vast personeel bouwen, lossen een piek meestal op met overwerk of het uitstellen van een ander project. Beide oplossingen kosten geld en er is simpelweg niet altijd iemand vrij op de arbeidsmarkt om snel bij te plaatsen.

Wat een projectleider praktisch verliest bij onderbezetting

Onderbezetting is voor een projectleider zelden een abstract probleem, het is een concrete kostenpost. Een deelproject dat uitloopt, duwt het volgende op in de planning en raakt daarmee ook onderaannemers die al waren ingepland. Overwerk lost de piek soms op, maar tegen een toeslag die het uurtarief flink verhoogt. En werk dat onder tijdsdruk met te weinig mensen wordt afgeraffeld, levert vaker faalkosten op: herstelwerk, extra materiaal, en in het slechtste geval een klacht over de kwaliteit.

Een risico dat in de haast makkelijk over het hoofd wordt gezien, is certificering. Wie op het laatste moment iemand van een andere klus of via een onbekende tussenpersoon inzet, weet niet altijd zeker of die persoon aantoonbaar gekwalificeerd is voor het werk. Dat speelt met name bij werken op de bouwplaats, waarvoor een VCA-certificaat vereist is: zonder dat certificaat is er geen toegang tot het terrein en loop je een aansprakelijkheidsrisico bij een incident. Ook bij lassen is dit een aandachtspunt, waar een lasmethode-certificering conform NEN-EN-ISO 9606 nodig is, want ontbreekt die, dan voldoet het las niet aan de kwaliteitseis en volgt mogelijk herkeuring of afkeur. Hetzelfde geldt voor elektrotechnische installaties, waarvoor NEN 3140 vereist is: zonder aantoonbare certificering wordt de installatie niet goedgekeurd bij inspectie.

Zodra zoiets pas op de bouwplaats aan het licht komt, is de vertraging groter dan de piek die je eigenlijk probeerde op te lossen.

Hoe je een flexibele schil vooraf inricht in plaats van ad hoc

De meeste van deze problemen ontstaan niet door flexibele inhuur op zich, maar door het moment waarop bedrijven ermee beginnen: pas zodra de nood al hoog is. Wie dat structureel anders organiseert, voorkomt de haastfouten van hierboven.

Dat begint met een raamovereenkomst met een vast aanspreekpunt, zodat er niet bij elke piek opnieuw onderhandeld en gezocht moet worden. Daaronder ligt een pool van vakmensen die al bekend zijn, met werkgeschiedenis, referenties en certificaten die ruim vóór de start al zijn gecontroleerd, niet pas op de eerste werkdag. En in de planning wordt inwerktijd meegerekend: ook een ervaren vakman heeft de eerste dagen nodig om de situatie op een nieuwe locatie en de werkwijze van het project te leren kennen. Bedrijven die dat vooraf inplannen, merken minder van de vertraging die anders bij elke personeelswisseling optreedt.

Wanneer flexibele inhuur juist niet de oplossing is

Flexibele inhuur is geen antwoord op elk personeelsprobleem. Bij structurele onderbezetting, een functie die het hele jaar door vacant staat, niet alleen tijdens een piek, kost het op de lange termijn vaak meer om steeds opnieuw in te huren dan om de functie definitief in te vullen. Datzelfde geldt voor werk dat draait om continuïteit en bedrijfsspecifieke kennis: iemand die de vaste klantrelaties of jarenlange projectgeschiedenis moet kennen, bouwt die kennis niet op in een paar weken.

Specialisten in technisch personeel inhuren zitten daarom vooral op de andere kant van die grens: een flexibele schil die aansluit op de pieken van een bouw- of installatieproject, met vakmensen waarvan de kwalificaties al bekend zijn, zonder dat de vaste organisatie voortdurend moet op- en afschalen.

Kortom

De krapte op de technische arbeidsmarkt maakt onderbezetting bij pieken eerder de regel dan de uitzondering en wie daar pas middenin een project een oplossing voor zoekt, betaalt dat terug in uitloop, overwerk en soms in werk dat niet aan de eisen voldoet. Een flexibele schil die vooraf is ingericht, met gescreende vakmensen, gecontroleerde certificaten en ingeplande inwerktijd, voorkomt dat scenario juist doordat de voorbereiding vóór de piek is gedaan, niet erin.