De technieksector schreeuwt om personeel, en juist dat personeelstekort dreigt de aanwas van nieuwe vakmensen te frustreren. Bedrijven hebben het zó druk dat tijd voor het begeleiden van studenten steeds schaarser wordt.
Aan het begin van het nieuwe opleidingsjaar is dit een pijnlijke paradox: de technici van morgen zijn hard nodig, maar waar kunnen zij het vak nog leren? Tijd om eens de praktijk in te duiken. Hoe nijpend is dit probleem en vooral: hoe lossen we het op?
Paradox
Volgens Dick Reijman van Techniek Nederland is die paradox goed te verklaren. “Bedrijven hebben het ontzettend druk door vergrijzing en personeelstekorten. Monteurs en praktijkbegeleiders hebben overvolle agenda’s en hebben daardoor minder tijd om leerlingen te begeleiden. Juist de bedrijven die mensen het hardst nodig hebben, hebben vaak de minste ruimte om nieuwe vakmensen op te leiden.”
Een landelijk cijfer voor het tekort aan leerwerkplekken is er volgens Techniek Nederland niet. De situatie verschilt per regio en opleiding. Wel ziet de brancheorganisatie dat niet iedere student die een leerwerkplek zoekt er een kan vinden.
Iedereen met moeite geplaatst
Bij navraag legt het Deltion College in Zwolle uit dat het vooralsnog lukt om hun studenten binnen de sectie Techniek en Gebouwde Omgeving van een stage- of leerwerkplek te voorzien. De vraag is echter voor hoelang nog, want ook de mbo-instelling beaamt dat het steeds meer moeite kost om iedereen te plaatsen.
De begeleidingscapaciteit bij bedrijven is ook volgens Willemijn Eggengoor, woordvoerder van Deltion College de belangrijkste oorzaak. “Vakmensen zijn hard nodig in de uitvoering en tegelijkertijd hebben we diezelfde vakmensen nodig als praktijkopleider of leermeester voor de nieuwe generatie. Daar ontstaat spanning.”
Maar het opleidingscentrum uit het oosten van het land noemt nog een andere reden. Deltion College ziet de aanwas zelf veranderen. “De toenemende diversiteit van de studentenpopulatie vraagt soms meer van de begeleiding op de werkplek. We zien bijvoorbeeld meer anderstalige studenten en studenten die bij instroom de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen. Met name voor die groep – die meer en intensievere begeleiding nodig heeft – kan het lastiger zijn om een passende plek te vinden.”
Qua instroom is er wel een lichtpuntje, hetzij klein. “Bij een aantal van onze technische opleidingen is er sprake van groei, zoals bij elektrotechniek, infratechniek en mechatronica.” Ook Techniek Nederland constateert landelijk een lichte groei van de instroom aan nieuwe studenten. Genoeg is dat volgens de brancheorganisatie allerminst. Door vergrijzing en de groeiende maatschappelijke opgaven zijn structureel meer jongeren en zij-instromers nodig.
Dreigende neerwaartse spiraal
De oplossing die dan vaak al snel wordt geroepen is ‘meer jongeren interesseren voor techniek’. Volgens Reijman is dat maar de helft van de oplossing. Als de capaciteit om hen vervolgens op te leiden, te begeleiden en – vooral – praktijkervaring te laten opdoen niet meegroeit, ontstaat een nieuw knelpunt.
Reijman waarschuwt dan ook voor een zichzelf versterkend probleem. “Doen we niets, dan komen we terecht in een neerwaartse spiraal; we krijgen het drukker waardoor we steeds minder mensen opleiden waardoor we het alleen nog maar drukker krijgen.”
Nieuwe, flexibelere manieren van opleiden
Om die problemen voor te blijven, ziet Techniek Nederland kansen in andere manieren van opleiden. Reijman: “Leerlingen zouden bijvoorbeeld ervaring kunnen opdoen bij meerdere bedrijven via regionale samenwerkingsverbanden, opleidingsbedrijven of gezamenlijke praktijkcentra. Kleinere ondernemingen kunnen mogelijk praktijkbegeleiders met elkaar delen. Ook zou je ouderejaarsstudenten kunnen inzetten bij de begeleiding.”
Deltion pleit eveneens voor flexibelere vormen van opleiden en nauwere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Daarbij gaat het volgens het opleidingscentrum niet alleen om jongeren. “Ook zij-instroom, om- en bijscholing en Leven Lang Ontwikkelen worden belangrijker.” Bol, bbl, maatwerk en modulaire trajecten zullen volgens de school steeds meer naast elkaar nodig zijn.
Gevolgen reiken verder dan techniek- en installatiesector
De urgentie is volgens Techniek Nederland groot. Een blijvend tekort aan technisch personeel raakt volgens Reijman uiteindelijk niet alleen bouw- of installatiebedrijven. “Zonder voldoende technici lopen de energietransitie, woningbouw, netverzwaring, verduurzaming van gebouwen, klimaatadaptatie en de vervanging van verouderde infrastructuur vertraging op. Wachttijden lopen op, projecten worden duurder en bedrijven moeten vaker ‘nee’ verkopen. Uiteindelijk raakt dat niet alleen de technieksector, maar ook de economie en de maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat.”
De oplossing vraagt volgens zowel Deltion als Techniek Nederland om samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Bedrijven zullen tijd en capaciteit moeten vrijmaken voor begeleiding, het onderwijs moet praktijkgericht blijven opleiden en de overheid moet stevig investeren in techniekonderwijs en de bbl-route.
Reijman: “Als we nu niet investeren in techniekopleidingen, wordt het personeelstekort alleen maar groter.” Daar ligt volgens hem ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor de bedrijven die leerwerkplekken aanbieden: “Zie opleiden niet als een extra kostenpost, maar als een investering in de toekomst. Zowel van het bedrijf als van de gehele sector.”