De afgelopen vijf jaar is de thuisbatterij van nicheproduct uitgegroeid tot een herkenbaar onderdeel van de energiemarkt. Die ontwikkeling staat niet los van de bredere ontwikkeling van de gebouwde omgeving: van bijna-energieneutrale gebouwen (BENG) naar zero-emission buildings (ZEB), met steeds meer aandacht voor hernieuwbare energie, flexibiliteit en het slim afstemmen van opwek en verbruik.
De markt is nog jong. Eind 2024 waren er volgens CBS, op basis van cijfers van DNE Research, ongeveer 76.000 residentiële batterijsystemen in Nederland, goed voor circa 440 MWh opslagcapaciteit. Eind 2025 beschikte naar schatting 1 à 2 procent van de huishoudens met zonnepanelen over een thuisbatterij.
De groei van energieopslag hangt samen met de ontwikkeling van het elektriciteitssysteem. Naarmate het aandeel wind- en zonne-energie groeit, ontstaat meer behoefte aan manieren om productie en verbruik op elkaar af te stemmen. Energieopslag is daar één van.
Europa zet in op een flexibel energiesysteem
De Europese Unie werkt aan een elektriciteitssysteem waarin hernieuwbare energie een veel grotere rol speelt. Wind en zon leveren niet op ieder moment dezelfde hoeveelheid elektriciteit. Opslag en andere vormen van flexibiliteit worden daardoor belangrijker.
De Europese Commissie noemt energieopslag expliciet als onderdeel van de flexibiliteit die nodig is om meer hernieuwbare energie in het elektriciteitssysteem te integreren. Ook de Europese elektriciteitsmarkt wordt aangepast. Sinds 30 september 2025 werkt de Europese day-aheadmarkt met kwartierintervallen in plaats van uurintervallen. Daardoor worden prijsverschillen gedurende de dag nauwkeuriger zichtbaar en kan vraag en aanbod preciezer op elkaar worden afgestemd.
Ook voor gebouwen verandert de regelgeving. De herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) is in 2024 vastgesteld. Vanaf 2030 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de eisen voor zogenoemde zero-emission buildings. Dat geldt ook voor nieuwe woningen.
Een thuisbatterij wordt daarmee niet verplicht. De EPBD schrijft niet voor dat iedere nieuwbouwwoning een batterij moet krijgen. Wel wordt energieopslag steeds nadrukkelijker onderdeel van de manier waarop naar de energieprestatie en het energiesysteem van gebouwen wordt gekeken.
Nederland op weg naar 2050
Nederland heeft deze ontwikkeling al langer ingezet. Het Klimaatakkoord uit 2019 stelde als doel om de uitstoot in 2030 sterk te verminderen en toe te werken naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050. Voor nieuwbouw zijn sinds 2021 de BENG-eisen van kracht.
De volgende Europese stap is de overgang naar zero-emission buildings (ZEB). Dat betekent dat nieuwbouw steeds minder afhankelijk wordt van fossiele energie en meer gebruikmaakt van hernieuwbare energie.
De belangrijkste stappen op een rij
- 2019 – Klimaatakkoord: 49 procent minder broeikasgasuitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Voor de gebouwde omgeving ligt er een opgave van 3,4 Mton CO₂-reductie in 2030 en een klimaatneutrale gebouwde omgeving als langetermijndoel.
- 2020 – Europa: alle nieuwe gebouwen moeten voldoen aan de eisen voor bijna-energieneutrale gebouwen (NZEB).
- 2021 – Nederland: BENG wordt de norm voor nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen.
- 2024 – Europa: de herziene EPBD IV wordt vastgesteld. Energieprestatie, hernieuwbare energie, flexibiliteit en opslag krijgen een prominentere plaats.
- 2026 – Nederland: de eerste tranche van EPBD IV treedt op 29 mei in werking.
- 2027 – Nederland: de salderingsregeling stopt per 1 januari.
- 2028 – Europa: nieuwe gebouwen van publieke organisaties moeten aan de zero-emission building-eisen voldoen.
- 2029 – Nederland: het vierde deel van EPBD IV wordt ingevoerd; dit bereidt de ZEB-eisen voor die vanaf 2030 voor nieuwe gebouwen gelden.
- 2030 – Nederland/Europa: alle nieuwe gebouwen moeten aan de ZEB-eisen voldoen.
- 2050 – Europa/Nederland: de gebouwde omgeving moet emissievrij zijn en Europa wil klimaatneutraal zijn.
Voor bouwers en installateurs betekent dit dat de energievoorziening van een woning steeds meer als één geheel moet worden bekeken. Niet alleen de hoeveelheid energie telt, maar ook wanneer die energie wordt opgewekt en gebruikt.
Wat betekent het einde van salderen?
Voor Nederlandse huishoudens met zonnepanelen komt een belangrijke verandering al in 2027. Per 1 januari stopt de salderingsregeling. Teruggeleverde zonnestroom kan dan niet meer volledig worden weggestreept tegen het eigen verbruik. Voor teruggeleverde elektriciteit blijft wel een vergoeding bestaan.
De waarde van zelf opgewekte stroom verschuift hierdoor richting direct eigen gebruik. Overdag opgewekte elektriciteit die niet direct wordt gebruikt, kan worden opgeslagen en later in de woning worden ingezet.
Een batterij is niet de enige manier om dat te bereiken. Ook een laadpaal, warmtepomp, boiler of andere elektrische apparaten kunnen slim worden aangestuurd.
De ontwikkeling gaat daarmee van:
opwekken → terugleveren → later verrekenen
naar:
opwekken → zelf gebruiken → verschuiven → eventueel opslaan → terugleveren wat overblijft
Meer prikkels voor flexibel energiegebruik
Het einde van salderen is niet de enige verandering. Ook de energiemarkt en nettarieven bewegen richting meer flexibiliteit.
Met een dynamisch energiecontract verandert de elektriciteitsprijs gedurende de dag. Een batterij kan op goedkope momenten laden en de opgeslagen energie later beschikbaar maken.
Daarnaast werkt Nederland aan tijdsafhankelijke transporttarieven voor kleinverbruikers. Het voorstel van Netbeheer Nederland moet het aantrekkelijker maken om het elektriciteitsnet op rustige momenten te gebruiken. De invoering wordt mogelijk vanaf 2029 verwacht.
Ook balanceringsmarkten bieden mogelijkheden. Via een leverancier of aggregator kunnen veel kleine batterijen gezamenlijk flexibiliteit leveren aan het elektriciteitssysteem.
Daarmee ontstaat een markt waarin een batterij meerdere functies kan hebben: eigen zonnestroom opslaan, energiegebruik verschuiven en als onderdeel van een groter systeem flexibiliteit leveren.
De slimme thuisbatterij
De slimme thuisbatterij voegt daar een extra laag aan toe: het Energy Management System (EMS). Een EMS kijkt naar de zonne-opwek, het verbruik, de beschikbare batterijcapaciteit en bijvoorbeeld de actuele en verwachte elektriciteitsprijzen.
Op basis daarvan bepaalt het systeem wanneer laden of ontladen interessant is. De batterij kan zo worden gebruikt voor het verhogen van het eigen verbruik, maar ook voor andere toepassingen binnen de energiemarkt.
Meer over de combinatie van een EMS, dynamische prijzen en een slimme thuisbatterij staat in dit artikel over slim energiemanagement van de thuisbatterij.
De software bepaalt in belangrijke mate wat de batterij doet. Dat maakt een slimme batterij onderdeel van het energiesysteem van de woning, samen met zonnepanelen, laadpaal, warmtepomp en andere elektrische installaties.
Een batterij is niet automatisch netvriendelijk
De manier waarop een batterij wordt aangestuurd is bepalend voor het effect op het elektriciteitsnet. Een batterij kan pieken in teruglevering of afname verminderen, maar een aansturing die alleen op marktprijzen reageert kan lokaal ook extra belasting veroorzaken.
Uit onderzoek van Stedin en Fractal Energy blijkt dat slimme aansturing de piekbelasting van huishoudens kan verlagen.
Dat maakt actief beheer relevant. Energieprijzen, software, regelgeving en het energiegebruik van een woning veranderen. Een batterij die vandaag goed wordt aangestuurd, vraagt over enkele jaren mogelijk om een andere strategie. Lees in dit artikel meer over het belang van actief beheer van thuisbatterijen.
Van losse installatie naar energiesysteem
De thuisbatterij is daarmee niet langer alleen een oplossing om zonnestroom van overdag naar de avond te verschuiven. De combinatie van meer hernieuwbare energie, het einde van de salderingsregeling, veranderende nettarieven en nieuwe flexibiliteitsmarkten maakt energieopslag onderdeel van een bredere ontwikkeling.
Voor de bouw- en installatiesector betekent dit dat de batterij steeds minder als los apparaat kan worden bekeken. De vraag wordt hoe zonnepanelen, opslag, warmtepomp, laadpaal, woning en elektriciteitsnet als één systeem kunnen functioneren.
De slimme thuisbatterij staat nog aan het begin van die ontwikkeling. De combinatie van meer hernieuwbare energie, veranderende regelgeving en nieuwe flexibiliteitsmarkten maakt het waarschijnlijk dat energieopslag de komende jaren een grotere rol krijgt in woningen. De batterij wordt daarmee steeds minder een los apparaat en steeds meer een onderdeel van het energiesysteem van de woning.
Over de auteur
Meint Schepers – Verduurzamingsadviseur
Meint Schepers adviseert particulieren over thuisbatterijen, energiemanagement en verduurzaming. Vanuit Domogo kijkt hij naar het complete energiesysteem van een woning: van zonnepanelen, verbruik en netaansluiting tot opslag, slimme aansturing en de mogelijkheden voor de toekomst.
Domogo