De Europese Unie nam op 24 april 2024 de herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) aan. De richtlijn werd op 8 mei 2024 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en schrijft lidstaten voor om de meeste bepalingen uiterlijk in 2026 in nationale wetgeving om te zetten. Voor de Nederlandse bouw- en installatiesector is dat moment nu aangebroken.
De herziene richtlijn gaat aanzienlijk verder dan haar voorganger. Alle nieuwe gebouwen moeten vanaf 2030 emissievrij zijn, en bestaande gebouwen moeten bij ingrijpende renovatie aan strengere energieprestatie-eisen voldoen. Een opvallende toevoeging is de Smart Readiness Indicator (SRI), een meetinstrument dat de digitale gereedheid van een gebouw beoordeelt.
Wat minder aandacht krijgt in de brede berichtgeving, maar minstens zo relevant is voor installateurs: de richtlijn dwingt een integralere benadering van elektrotechnische installaties af. Schakelmateriaal, bekabeling en domoticacomponenten zijn niet langer ondergeschikt aan het bouwontwerp, maar worden er een wezenlijk onderdeel van. Dat verklaart deels waarom de vraag naar designbewust materiaal toeneemt, van zwarte stopcontacten en schakelaars tot inbouwoplossingen die naadloos opgaan in strakke interieurs.
Slimmere gebouwen worden een Europese verplichting
De Smart Readiness Indicator is een van de meest concrete vernieuwingen in de herziene EPBD. Het instrument meet in hoeverre een gebouw in staat is om te reageren op de behoeften van bewoners, het eigen energieverbruik te optimaliseren en te communiceren met het energienet. Zoals de Europese Commissie op haar EPBD-pagina toelicht, moeten niet-residentiële gebouwen boven een bepaald geïnstalleerd vermogen verplicht gebouwautomatiserings- en controlesystemen (BACS) krijgen.
In de praktijk betekent dit meer sensoren, slimme meters en geautomatiseerde schakelsystemen in utiliteitsbouw. De elektra-installatie wordt het zenuwstelsel van het gebouw. Installateurs die gewend zijn aan traditionele groepenkasten en conventionele bekabeling zullen hun werkwijze moeten verbreden richting gebouwautomatisering en datagestuurde systemen.
Gevolgen voor de dagelijkse praktijk van de installateur
De omzetting van de EPBD naar Nederlandse wetgeving raakt direct aan normen die installateurs dagelijks gebruiken. De NEN 1010, de Nederlandse norm voor laagspanningsinstallaties, vormt daarbij het technische kader. Naar verwachting zullen aanvullende eisen rond energiemonitoring en slimme aansturing hun weg vinden naar toekomstige herzieningen van die norm.
Bijscholing wordt daarmee urgenter. Kennis van KNX-systemen, energiemanagement en datakabels is niet langer een specialisme, maar een basiscompetentie die opdrachtgevers steeds vaker verwachten. Brancheorganisaties wijzen al langer op het belang van permanente educatie, maar de wettelijke druk vanuit Brussel geeft dat signaal nu extra gewicht.
Tegelijkertijd biedt de verschuiving kansen. Installateurs die vroegtijdig investeren in deze kennis, positioneren zich als onmisbare partner bij zowel nieuwbouw als renovatieprojecten. De complexiteit van opdrachten neemt toe, maar daarmee ook de toegevoegde waarde van vakmanschap.
Functioneel ontwerp als onderdeel van gebouwprestatie
Een minder voor de hand liggend gevolg van de richtlijn is de groeiende aandacht voor de esthetische integratie van installatiecomponenten. Wanneer schakelmateriaal, sensoren en bedieningspanelen zichtbaar deel uitmaken van een slim gebouwconcept, stellen architecten en opdrachtgevers hogere eisen aan het uiterlijk. Donker schakelmateriaal en strakke afdekramen passen in die beweging naar visuele samenhang.
Online groothandels zoals Elektrobode.nl spelen daarop in met een breed aanbod designgericht installatiemateriaal van merken als JUNG, Busch-Jaeger en Niko. Voor installateurs die snel toegang willen tot zwarte schakelaars, stopcontacten en bijpassende afdekramen biedt dat een praktisch voordeel: alles vanuit één bestelomgeving, zonder langs meerdere leveranciers te hoeven. Dat scheelt tijd bij projecten waar het ontwerp al vastligt en de uitvoering snel moet volgen.
De omzettingsdeadline nadert
Met de transpositietermijn in 2026 is de herziene EPBD geen toekomstmuziek meer. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de vertaling naar het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 het oude Bouwbesluit vervangt. De precieze invulling van bepalingen rond de SRI en BACS op nationaal niveau is nog niet volledig uitgekristalliseerd, maar de richting staat vast.
Voor installatiebedrijven die nu hun inkoop en scholing plannen, is het raadzaam om de ontwikkelingen rond de nationale implementatie actief te volgen. De transitie naar slimmere, energie-efficiëntere gebouwen raakt elke fase van het installatieproces, van materiaalkeuze tot oplevering. Wie zich daar nu op voorbereidt, hoeft straks niet in te halen.
Meer informatie
Pexels