Sinds de invoering van nieuwe regels rond bouwtoezicht merken veel bouwbedrijven en opdrachtgevers dat de verantwoordelijkheden rondom bouwkwaliteit zijn verschoven. Waar vroeger de gemeente een centrale rol speelde bij de controle op werkzaamheden, ligt die taak nu grotendeels bij onafhankelijke kwaliteitsborgers. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop projecten worden voorbereid, uitgevoerd en opgeleverd.
De rol van de onafhankelijke kwaliteitsborger
Een kwaliteitsborger beoordeelt tijdens het bouwproces of een bouwwerk voldoet aan de geldende technische eisen. Dit gebeurt niet meer achteraf door een gemeentelijke toetsing, maar doorlopend tijdens de bouw zelf. De borger controleert onder meer de constructieve veiligheid, brandveiligheid en andere bouwtechnische aspecten, en legt zijn bevindingen vast in een dossier dat bij oplevering wordt overhandigd aan de opdrachtgever.
Kwaliteitsborgers zoals ZiN Kwaliteitsborging vervullen deze functie en begeleiden bouwprojecten van vergunningsvrije verbouwingen tot complexere nieuwbouwprojecten. Doordat de controle gedurende het hele proces plaatsvindt, worden fouten eerder gesignaleerd en kan er sneller worden bijgestuurd, wat uiteindelijk de kwaliteit van het eindresultaat ten goede komt.
Waarom deze aanpassing nodig was
De aanleiding voor deze verandering lag in een aantal bouwincidenten waarbij achteraf bleek dat de controle door gemeenten onvoldoende diepgang had. Constructiefouten werden soms pas ontdekt nadat een gebouw al in gebruik was genomen, met alle risico’s van dien.
Om dit soort situaties te voorkomen, is gekozen voor een systeem waarbij onafhankelijke experts gedurende het hele bouwproject meekijken in plaats van alleen bij de start en het einde. Deze aanpak komt voort uit de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, afgekort wkb en is sinds de invoering van kracht voor een groeiend aantal bouwprojecten. De wetgeving verplicht aannemers om vooraf een kwaliteitsborger in te schakelen die het hele proces volgt, waardoor verantwoordelijkheid en toezicht helderder zijn verdeeld tussen de verschillende partijen.
Gevolgen voor de praktijk
Voor aannemers en opdrachtgevers betekent dit een aantal praktische veranderingen:
- Een kwaliteitsborger moet al in de ontwerpfase worden betrokken, niet pas bij de bouwvergunning.
- Er wordt een dossier bijgehouden met alle controlemomenten en bevindingen tijdens de bouw.
- De opdrachtgever ontvangt bij oplevering een volledig overzicht van de uitgevoerde controles.
- Bij geconstateerde afwijkingen moet de aannemer deze herstellen voordat het bouwwerk in gebruik wordt genomen.
Wat dit betekent voor de bouwsector als geheel
De verschuiving van gemeentelijke toetsing naar onafhankelijke borging vraagt om aanpassingen in de planning van bouwprojecten. Aannemers moeten vroegtijdig nadenken over wie de kwaliteitscontrole uitvoert en hoe dit wordt ingepast in de bouwfasering.
Ook ontstaat er meer transparantie richting opdrachtgevers, omdat zij inzicht krijgen in het volledige controleproces in plaats van alleen het eindresultaat te zien. Voor kleinere bouwbedrijven kan dit in eerste instantie extra administratie betekenen, maar op de langere termijn levert het een duidelijker beeld op van de kwaliteit die geleverd wordt. Opdrachtgevers profiteren van deze ontwikkeling doordat zij beter kunnen beoordelen of een gebouw daadwerkelijk voldoet aan de eisen, en doordat geschillen over bouwgebreken makkelijker te herleiden zijn naar een concreet controlemoment in het dossier.
De verschuiving naar onafhankelijke kwaliteitsborging zorgt voor een directe relatie tussen controle en uitvoering tijdens de bouw. Bouwbedrijven die zich hier goed op voorbereiden, merken dat de samenwerking met een kwaliteitsborger niet alleen een wettelijke verplichting is, maar ook bijdraagt aan een vlotter verloop van het bouwproces en minder discussie achteraf over opgeleverde kwaliteit.
https://unsplash.com/photos/a-black-and-white-photo-of-a-city-street-0iya9qpGgmo