Mooie plaatjes, lelijke processen; sinds wanneer wint de som van het beeld?

Auteur zonder afbeelding icoon
Pim van Meer
18 februari 2026
4 min

We gebruiken esthetiek te vaak als noodrem in willekeurige fases, stelt Pim van Meer in deze Doolhof. Maar vanuit een mooi plaatje kun je geen project starten. Want dan lopen de sommen achter de feiten aan, terwijl het juist andersom moet zijn.

Ik moet het er meteen bij zeggen: ik ben niet tegen schoonheid. Een groot deel van mijn loopbaan heb ik als architect gewerkt. Ik ben opgegroeid met liefde voor goede gevels, straten die kloppen, zorgvuldige hoeken. En ik ben vóór welstand. Juist daarom schuurt het huidige systeem zo.

Maar Welstand voelt te vaak als een schoolmeester die zegt dat jouw tekening niet mooi is, zonder het sommenblaadje ernaast te leggen. Alsof esthetiek los in de lucht hangt, boven programma, budget, duurzaamheid, geluid, daglicht en brandveiligheid. Er ook nog meerdere organen binnen één gemeente die iets over het beeld mogen vinden. Iedereen heeft smaak, niemand is verantwoordelijk voor de rekensom.

Ik denk in dit kader vaak aan de galerijflat. De ultiem generieke oplossing. Efficiënt, repetitief, technisch extreem slim voor zijn tijd, echt visionair! Toen werd dit mooi genoemd! Uniek in de wereld! Een typologie waar heel veel mensen gewoon een goed leven in hebben opgebouwd. Stel dat we destijds toetsbare spelregels voor esthetiek hadden gehad. Niet vaag passend in de omgeving, maar harde criteria op anonimiteit, herkenbaarheid, oriëntatie, overgang tussen privé en publiek. Dan hadden we later eerlijk kunnen zeggen: het gebouw voldoet aan de som én aan de esthetische regels. Vinden we het alsnog te anoniem, dan ligt het probleem bij die regels – niet bij de architect die ze volgde.

Nu gebruiken we esthetiek te vaak als noodrem in willekeurige fases. Soms hebben we de technische hoepels al gehad, de planningen zijn strak, de contracten geschreven – en dan zegt ergens een commissie dat het toch niet mooi is. Ondertussen zitten andere eisen elkaar vrolijk schaakmat te zetten: top-duurzaamheid, maximale daglichtnormen, minimale geluidsoverlast, harde rooilijnen, strakke geluidsschermen, noem maar op. En dan zijn we verbaasd dat er iets neutraals uitkomt.

De tenderwereld maakt het nog vreemder.

Twintig jaar geleden in Delft vond ik het geweldig om beelden te maken. Maar als je een tender wint met een plaatje waarvan je weet dat het programma er niet echt in past, dan ben je geen visionair. Dan ben je bezig met recht praten wat krom is. Achteraf uitleggen dat de gebruiker het nog niet begrijpt of dat de visie belangrijker is dan de som is geen diepgang, het is toneel.

Als ontwikkelaar zie ik nu de andere kant. Voor iedere gewonnen tender liggen er meerdere verloren. Voorinvesteringen in architectuur, advies en visualisatie die nooit worden terugverdiend, verdwijnen in de mist. Daarna krijg je op het ene winnende project te horen dat je niet te veel winst mag maken, terwijl niemand de risico’s en kosten van alle mislukte pogingen meerekent.

Ik herken iets van dezelfde discussie rond BIM. Jarenlang klonk de angst dat datagedreven werken zou leiden tot Oostblokarchitectuur: alles recht, alles rationeel, alles saai. Intussen is de nationale standaard MiniBIM bij VORM al jaren de norm en kun je moeilijk volhouden dat onze projecten daardoor minder ambitieus of minder bijzonder zijn geworden, eerder het tegenovergestelde. De mensen die dachten dat techniek per definitie tot lelijkheid leidt, zaten er gewoon naast.

Waarom zouden we bij esthetiek bang zijn om het meetbaar te maken?

Je kunt criteria formuleren voor anonimiteit, leesbaarheid, verblijfskwaliteit op straatniveau, daglicht op ooghoogte, zichtlijnen, overgangen. Geen dichtgetimmerde voorschriften, wel toetsbare doelen. Zorg dat bewoners hun voordeur kunnen herkennen. Zorg dat plinten iets toevoegen aan de straat. Zorg dat een gebouw bijdraagt aan veiligheid en oriëntatie. Objectief toetsbaar en later zelfs digitaal meetbaar. Gestapelde ambities zijn geen probleem. Tegenstrijdige ambities zijn een probleem.

Zo krijg je projecten waar achteraf iemand zegt: dit is niet wat ik in mijn hoofd had. Maar het voldoet wél aan de regels die we samen hebben afgesproken. En dan kunnen we op nationale schaal leren en de regels nuanceren.

De kern is simpel: eerst de som oplossen, dan architectuur bedrijven. Eerst programma, doelgroepen, duurzaamheid, daarna constructie, installaties, financiën. Dan een volume dat echt past. En dán de vraag: hoe maken we dit zo goed en mooi mogelijk binnen die kaders, volgens esthetische spelregels die niet botsen met de rest.

Fileermoment

Zolang we beginnen met een verleidend plaatje en daarna de som naar het beeld proberen te buigen, is welstand geen bewaker van kwaliteit maar een onderdeel van het probleem.

Wie in 2026 nog steeds het proces omdraait – eerst de render, later de rekensom – maakt geen mooie steden mogelijk, maar lelijke processen onzichtbaar.

‘Met AI dicht je in één keer het hele gat in het klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving’

‘Met AI dicht je in één keer het hele gat in het klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving’

Lees meer Pijl naar rechts icoon

Whitepapers

Innovatie in uitvoering: industrieel bouwen

Wees voorbereid op de bouwplaats van de toekomst.

Resultaatgericht Samenwerken (RGS).

RGS is een gestructureerde methode die vastgoedprofessionals direct ondersteunt bij kwaliteitsverbetering, kostenefficiëntie en verduurzaming.

Vijf tactieken voor meer productiviteit van field service teams

Digitale tools liggen aan de basis van een geslaagde digitale transformatie. Hoe werkt dat in de praktijk?