3D-printen in de installatiebranche

25 March 2015

Het 3D-printen heeft de afgelopen 15 jaar een ware opmars doorgemaakt. Het proces ontstond pas in 2000, uit een serie projecten van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Bij de eerste toepassing was metaal de productiestof. Vervolgens werd er geëxperimenteerd met modellen op basis van andere stoffen, zoals keramiek. Enerzijds wordt het 3D-printen inmiddels gezien als een middel waarmee consumenten door thuisgebruik geld kunnen uitsparen op kleine huishoudelijke artikelen. Anderzijds wordt volop gewerkt aan mogelijkheden om 3D-printen letterlijk op zeer grote schaal toe te passen, bijvoorbeeld in de bouw.

3D-printen in vijf verdiepingen

Zo kwam de Chinese firma WinSun met het nieuws dat ze met de eigen 3D-printtechniek een appartementencomplex van vijf verdiepingen heeft geprint. Daarnaast realiseerde WinSun een villa van 1.100 vierkante meter. De twee projecten bevinden zich op Suzhou Industrial Park.
Voor het 3D-printen van beide panden gebruikte WinSun een printer die zeven meter hoog, tien meter breed en veertig meter lang is. Beide projecten bestaan uit afzonderlijke delen die bij WinSun werden geprint. Na het 3D-printen zijn de onderdelen op de bouwplaats geassembleerd.
Aan de afzonderlijke onderdelen is duidelijk te zien dat ze door 3D-printen zijn vervaardigd. Nadat de bouwprojecten zijn afgewerkt is dit echter niet langer zichtbaar.

Bouwafval wordt nieuwbouw

Winsun meldt dat ze het 3D-printen uitvoert met stedelijk bouwafval als basis. Op deze manier vindt afval, in combinatie met een uithardingsmiddel, door 3D-printen een nieuwe, hoogwaardige bestemming. Een duurzame, maar ook goedkope oplossing! Daarnaast kunnen huizen binnen een etmaal geprint worden, wat 3D-printen tevens een uitzonderlijk snelle manier van woningbouw maakt. Ook kunnen losse elementen, zoals wanden geprint worden. Deze kunnen dan naar de bouwplaats vervoerd worden, waar het gebouw snel in elkaar gezet kan worden.

3D-printen als opmaat voor 4D?

Ondanks de spectaculaire mogelijkheden van 3D-printen, zijn er tot op heden nog wel de nodige knelpunten. De printer levert tot nu toe vaak hooguit halffabricaten die na het printen nog samengevoegd moeten worden tot een eindproduct. Daarnaast is het formaat een bottle neck: om iets heel groots uit één stuk te printen, is er een printer nodig die net zo groot is als het te printen object. Het is mogelijk dat 4D-printen hiervoor een oplossing kan bieden. Bij 4D-printen wordt gewerkt met materialen die zichzelf kunnen samenvoegen of die een reactie aangaan met de omgeving. De ontwikkelingen op dit vlak zouden wel eens een ware revolutie kunnen ontketenen. Een relatief kleine printer zou dan immers enorme eindproducten op kunnen leveren. Ook de installatiebranche zou er door de verdere ontwikkeling van ‘zelfvormende materialen’ compleet anders uit kunnen gaan zien. Wat te denken van waterleidingen die hun formaat aanpassen aan de benodigde hoeveelheid water? Ook voor u als installatieprofessional is het dus zinvol om deze fascinerende ontwikkelingen goed in de gaten te houden.