Laswerkzaamheden zijn niet meer weg te denken uit de moderne bouw- en installatietechniek. Of het nu gaat om staalconstructies, leidingen, machines, gevels of leuningen – overal moeten verbindingen worden gemaakt die langdurig belastbaar zijn. Tegelijkertijd worden de eisen op het gebied van kwaliteit en veiligheid steeds hoger. Zelfs kleine fouten kunnen ertoe leiden dat onderdelen moeten worden nabewerkt of zelfs volledig moeten worden vervangen.
Het juiste beschermgas is van invloed op de kwaliteit van elke lasnaad
Naast de keuze van het juiste lasproces speelt vooral industrieel lasgas een doorslaggevende rol. Het beschermt het smeltbad tijdens het lassen tegen zuurstof, stikstof en vocht uit de omgevingslucht en draagt daarmee in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van de lasverbinding. Het beschermt het vloeibare lasbad gedurende het gehele proces tegen zuurstof, stikstof en vocht uit de omgevingslucht. Hierdoor kunnen poriën, oxidatie of andere materiaalfouten worden voorkomen die de sterkte van de lasnaad kunnen aantasten.
Afhankelijk van het materiaal en het lasproces worden verschillende beschermgassen of gasmengsels gebruikt. Leveranciers zoals Air Liquide bieden hiervoor oplossingen voor industriële lastoepassingen die zijn afgestemd op verschillende materialen en op MIG-, MAG- en TIG-processen. Het juiste beschermgas draagt bij aan het creëren van een stabiele boog, het verminderen van spatten en het verkrijgen van gelijkmatige lasnaden.
Welke voorschriften gelden er in Nederland?
Laswerkzaamheden vallen in Nederland onder verschillende Europese en nationale normen. Voor bedrijven speelt met name de NEN-EN 1090 een belangrijke rol. Deze norm regelt de uitvoering van dragende staal- en aluminiumconstructies en schrijft onder andere voor dat laswerkzaamheden volgens gedocumenteerde procedures moeten worden uitgevoerd. Even belangrijk is de NEN-EN ISO 9606, waarin de kwalificatie van lassers wordt geregeld. Wie dragende constructies last, moet kunnen aantonen dat de uitvoerende vakmensen op de juiste wijze zijn getoetst.
Daarnaast gelden er eisen voor de lasprocedures (WPS), regelmatige kwaliteitscontroles en de documentatie van de toegepaste procedures. Veel opdrachtgevers eisen deze bewijzen al vóór de start van een project. Bedrijven die volgens de geldende normen werken, verhogen niet alleen de veiligheid van hun constructies, maar voorkomen ook klachten of vertragingen bij de oplevering van het bouwwerk.
Veel lasfouten ontstaan al vóór de eerste lichtboog
In de praktijk worden fouten vaak toegeschreven aan het lasapparaat of de lasser. In werkelijkheid liggen de oorzaken echter vaak al in de voorbereiding. Roest, olie, lakresten of slakken verhinderen een zuivere verbinding tussen de materialen. Daarom moeten de lasgebieden grondig worden gereinigd voordat er überhaupt met het lassen wordt begonnen.
Net zo belangrijk is de pasnauwkeurigheid van de onderdelen. Als de spleetafmetingen niet kloppen of als de platen onder spanning staan, ontstaan er vaak vervormingen of ongelijkmatige lasnaden. Ervaren vakmensen lijnen de onderdelen daarom eerst nauwkeurig uit en zetten ze zorgvuldig vast, voordat het eerste laspunt wordt aangebracht.
Het beschermgas moet bij het materiaal passen
Niet elk beschermgas is geschikt voor elk materiaal. Bij het MIG-lassen van aluminium wordt bijvoorbeeld vaak argon gebruikt, omdat dit een rustige boog mogelijk maakt en oxidatie vermindert. Voor het MAG-lassen van ongelegeerde staalsoorten worden daarentegen meestal argon-CO?-mengsels gebruikt. Bij het lassen van roestvrij staal worden weer speciale gasmengsels gebruikt om corrosie te voorkomen en een hoogwaardig lasoppervlak te verkrijgen.
Wie het verkeerde gas gebruikt, riskeert poriën, onvoldoende inbranding of een aanzienlijk verhoogde spettervorming. Hierdoor stijgt niet alleen het materiaalverbruik, maar vaak ook de inspanning voor nabewerking.
Unsplash