Een sleuf in de rijbaan, een mobiele kraan die half op de weg staat, een vrachtwagen met prefab-elementen die achteruit het bouwterrein op moet. Zodra je werk het verkeer raakt, komt de vraag op tafel of er een verkeersregelaar bij moet. Het antwoord staat niet in één zin in de wet. Wel is scherp geregeld wie het verkeer mag stilzetten en welke papieren daarbij horen.
Wie overweegt om verkeersregelaars in te zetten bij een bouwproject en dat als vaste post in de begroting op te nemen, krijgt met drie lagen te maken: de wegbeheerder die de maatregelen goedkeurt, de regels over wie aanwijzingen mag geven en de aanstelling van de verkeersregelaar zelf. Hieronder de hoofdlijnen per laag.
Eerst een misverstand uit de weg. Er bestaat geen algemene drempel in de trant van “vanaf zoveel meter afzetting is een verkeersregelaar verplicht”. De verplichting ontstaat bijna altijd via de toestemming voor je werk.
De wegbeheerder schrijft de maatregel voor
Voor werk op of langs de openbare weg heb je toestemming nodig van de wegbeheerder. Afhankelijk van de weg is dat de gemeente, de provincie, het waterschap of Rijkswaterstaat. In die toestemming staat welke tijdelijke verkeersmaatregelen je moet nemen: afzettingen, bebording, een omleiding, en soms handmatige verkeersregeling.
De landelijke richtlijnen voor die maatregelen zijn de CROW-publicaties voor werk in uitvoering: 96a voor autosnelwegen en 96b voor alle andere wegen. Staat in de goedgekeurde maatregel dat het verkeer met de hand wordt geregeld, bijvoorbeeld tijdens hijswerk of bij het in- en uitrijden van zwaar materieel, dan is een verkeersregelaar een voorwaarde van je toestemming. Op dat moment is het geen keuze meer, maar een verplichting.
Alleen een bevoegde verkeersregelaar mag je laten stoppen
Daarnaast is er een harde juridische grens. Volgens artikel 82 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 moeten weggebruikers de aanwijzingen opvolgen van “daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaars”. Artikel 84 voegt daaraan toe dat aanwijzingen boven verkeerstekens en verkeersregels gaan. Een verkeersregelaar mag een automobilist dus ook bij een groen verkeerslicht laten stoppen.
Die bevoegdheid heeft niet iedereen in een veiligheidsvest. Een uitvoerder of grondwerker met een stopbord is geen verkeersregelaar in de zin van de wet. Weggebruikers hoeven zijn aanwijzingen niet op te volgen, en als het misgaat sta je als uitvoerende partij zwak. Moet het verkeer echt worden stilgezet of doorgelaten, dan hoort daar een aangestelde verkeersregelaar bij.
Beroepsverkeersregelaar, geen evenementenverkeersregelaar
De Regeling verkeersregelaars 2009 kent drie soorten verkeersregelaars: transportbegeleiders voor exceptioneel transport, verkeersregelaars die het werk als beroep doen, en evenementenverkeersregelaars.
Voor een bouwproject komt alleen de beroepsverkeersregelaar in aanmerking. Evenementenverkeersregelaars zijn vrijwilligers die de gemeente aanstelt voor eenvoudige taken bij een evenement. SVNL, de stichting die de examens voor verkeersregelaars organiseert, is daar duidelijk over: een evenementenverkeersregelaar mag niet voor een bedrijf worden ingezet als er geen sprake is van een evenement.
Een beroepsverkeersregelaar is volgens de regeling minimaal 18 jaar. Hij heeft een theorie- en een praktijkexamen gehaald, waarbij het praktijkexamen wordt afgenomen in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de politie. Voor de aanstelling zijn onder meer een verklaring van de werkgever en een recente verklaring omtrent het gedrag nodig. De aanstelling geldt vijf jaar.
Landelijk of gemeentelijk aangesteld
Wie de aanstelling geeft, regelt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. Werkt een beroepsverkeersregelaar in meerdere provincies, in gemeenten die niet aan elkaar grenzen, dan stelt de minister hem aan. In de overige gevallen doet de burgemeester van de gemeente waar het werk plaatsvindt dat.
Voor jou als opdrachtgever is dat verschil praktisch. Een gemeentelijke aanstelling is bedoeld voor werk in die gemeente. Werk je op meerdere locaties in het land, vraag dan na hoe de verkeersregelaars zijn aangesteld voordat ze op je project verschijnen.
Wat er op de aanstellingspas staat
Bij de aanstelling hoort een pas. Volgens de regeling staan daarop onder meer een foto, de naam, de einddatum van de aanstelling, de instantie die de pas heeft uitgegeven, eventuele beperkingen en de naam van de werkgever. De verkeersregelaar draagt die pas tijdens het werk bij zich.
Daarmee heb je als uitvoerder een eenvoudig controlemiddel. Kijk bij de start van de dienst naar drie dingen:
- De einddatum. Een verlopen aanstelling betekent geen bevoegdheid.
- De werkgever. Komt die overeen met het bedrijf dat je hebt ingehuurd?
- Beperkingen. Staat er iets op de pas dat de inzet op jouw locatie uitsluit?
Verder schrijft de regeling kleding voor: een fluorescerend geel of oranje vest of shirt volgens een vastgelegd model. Ook dat hoort bij “kenbaar” zijn voor de weggebruiker.
Zo voorkom je discussie op de bouwplaats
- Vraag bij de aanvraag van de verkeersmaatregel na of handmatige verkeersregeling onderdeel is van de goedgekeurde maatregel, en op welke momenten.
- Leg in het werkplan vast wanneer het verkeer wordt stilgezet, bijvoorbeeld bij aanvoer, hijsen en afvoer, zodat de verkeersregelaar niet de hele dag hoeft te staan waar dat niet nodig is.
- Zorg dat de verkeersregelaar het verkeersplan kent voordat de eerste vrachtwagen komt.
- Controleer de pas, en bewaar een kopie van de afspraken bij de projectstukken.
Het is geen ingewikkelde materie, maar wel een onderwerp waar op de bouwplaats vaak op gevoel wordt gewerkt. Met de wet en de vergunning als uitgangspunt weet iedereen waar hij aan toe is.
Pexels