Onderstaande bijdrage is van een externe partij. De redactie is niet verantwoordelijk voor de geboden informatie.

Warmtepomp voor je kantoor, de denkfout die duizenden euro's kost

Pexels

Steeds meer kantoren stappen over op een warmtepomp, en daar zijn goede redenen voor. Sinds 2023 geldt voor kantoorpanden in Nederland een minimale energielabel C-verplichting, en wie verder wil verduurzamen komt al snel uit bij elektrisch verwarmen. Toch verloopt die overstap lang niet altijd vlekkeloos. De oorzaak van tegenvallende resultaten ligt daarbij zelden bij de warmtepomp zelf, maar bij de manier waarop er naar de installatie wordt gekeken.

Een warmtepomp is geen apparaat, maar een systeem 

De meest gemaakte denkfout is dat een warmtepomp wordt behandeld als een losstaande ketel die je uitkiest op merk en vermogen, laat plaatsen en daarna vergeet. In werkelijkheid vormt het toestel het hart van een groter klimaatsysteem dat alleen goed presteert wanneer de opwekker, het afgiftesysteem en de regeling op elkaar en op het pand zijn afgestemd. Wordt die samenhang over het hoofd gezien, dan komt dat onherroepelijk terug in een hoger verbruik en hogere kosten. 

Waar het in de praktijk misgaat  

Het sprekendste voorbeeld zijn de radiatoren. Een warmtepomp levert water van een lage temperatuur, terwijl bestaande radiatoren meestal zijn berekend op het veel hetere water van een cv-ketel. Combineer je die twee zonder aanpassing, dan draait het toestel vrijwel continu op vol vermogen om de ruimte warm te krijgen, wat ten koste gaat van het rendement en de levensduur. Iets vergelijkbaars geldt voor de isolatie, want in een slecht geïsoleerd pand verdwijnt een flink deel van de opgewekte warmte ongemerkt naar buiten. Daarnaast vraagt de dimensionering om precisie, omdat een te groot systeem voortdurend in- en uitschakelt terwijl een te krap systeem het op de koudste dagen niet redt. Een doordachte installatie van warmtepompen kantoren begint daarom niet bij de toestelkeuze, maar bij een goede berekening van de warmte- en koudevraag van het hele pand. 

Vergeet de subsidies niet 

Wat in de berekening eveneens meeweegt, is dat de overheid de overstap fiscaal stevig ondersteunt. Via de Energie-investeringsaftrek mag je in 2026 veertig procent van de investering aftrekken van je fiscale winst, en daarnaast is er voor warmtepompen de ISDE-subsidie voor zakelijke gebruikers. Daar zit wel een belangrijke voorwaarde aan, want de EIA geldt sinds dit jaar alleen nog voor warmtepompen met een natuurlijk, halogeenvrij koudemiddel. Precies om die reden loont het om bij de keuze van een systeem niet alleen naar de aanschafprijs te kijken, maar ook naar het koudemiddel en de bijbehorende regelingen. Een goede warmte- en koeltechniek installatie houdt daar vanaf het begin rekening mee. 

De boodschap is daarmee eenvoudig. Beoordeel niet één onderdeel maar het gebouw als geheel, en laat de berekening, het systeemontwerp en de subsidiekansen over aan een specialist die er verstand van heeft. Op die manier verdient de investering zich echt terug en blijft de kostbare beginnersfout je bespaard!