Tijdsdruk is allesbepalend bij innovatie, stelt Pim van Meer. Bij hoge tijdsdruk is innovatie namelijk ineens geen luxe meer, maar wordt het gereedschap. Is de doorlooptijd daarentegen geen harde voorwaarde, dan blijft innovatie optioneel.
Ik ben in mijn carrière vaak verleid door het romantische beeld van innovatie. De innovatiedroom. Mooie sessies, post-its, design thinking, labs, pilots. Een beetje pijn helpt ook: een ongeluk, een crisis, een tekort aan mensen of materialen. Dan komt er beweging. Maar William van Niekerk, directeur van TKI Bouw en Techniek, tikte me een keer zachtjes wakker. Wat jij ziet in projecten, zei hij, is geen toeval. Als je wilt dat innovaties écht slagen, zorg dan dat er tijdsdruk kan worden opgelegd. Die opmerking klopte zó hard met wat ik in projecten voelde, dat ik me vooral afvroeg waarom ik het niet zelf al had geconcludeerd.
Tijdsdruk klinkt ongezond. We denken aan nachtwerk, fouten, haastwerk, stress. Toch is het in de praktijk vaak de eerlijkste vorm van druk. In een markt waar meerdere opdrachtgevers en meerdere opdrachtnemers actief zijn, ontstaat er iets gezonds: afnemers kunnen eisen stellen. Niet alleen over prijs en kwaliteit, maar ook over doorlooptijd en voorspelbaarheid. Als jij het niet redt, is er iemand anders die het wél kan.
En dan gebeurt er iets magisch met innovaties die we al lang kennen, maar halfslachtig toepassen.
Neem lean. Neem concurrent engineering. We praten er in de bouw al vijftien à twintig jaar over. We schrijven er handboeken over, geven cursussen, hangen schema’s in vergaderruimtes. Zo nu en dan passen we het consequent toe op een project. Maar vaak ook niet. Dan is er “geen tijd” om het proces goed in te richten, en gaan we dus weer ouderwets in serie werken: eerst architect, dan adviseurs, dan aannemer, dan leveranciers, dan herstelwerk.
Als ik terugkijk op de projecten waar lean en concurrent engineering wél tot leven kwamen, hebben ze één ding gemeen. De combinatie van hoge tijdsdruk en hoog risico. Projecten waar uitstel letterlijk onbetaalbaar was. Waar een opleverdatum gekoppeld was aan een beurs, een verhuizing, een verkiezingsbelofte, een harde juridische afspraak.
In die projecten was innovatie opeens geen luxe, maar gereedschap. We hebben geen tijd voor drie ontwerpcycli en tien vergaderingen? Dan maar éérst aan tafel met de belangrijkste leveranciers, één integraal model, in sprints besluiten nemen. Geen tijd voor oeverloze discussie? Dan maar transparante digitale dashboards, zodat je in één oogopslag ziet wat een keuze doet met planning, kosten en risico’s.
Tijdsdruk dwingt je om al die technieken die je “wel kent maar niet altijd gebruikt” te normaliseren.
Het is geen toeval dat de luie variant van innovatie zo goed gedijt in projecten zonder harde deadlines. Daar is altijd wel een extra studie mogelijk, een aanvullende sessie, een nieuwe schets. Zonder druk wordt innovatie een speeltje: interessant, inspirerend, maar optioneel. Je kunt er een middag mee stoeien en het daarna met een gerust hart terugleggen in de la, want niemand rekent je erop af.
Met echte tijdsdruk verandert de vraag. Niet: “Zou het leuk zijn om hier iets met lean of digitalisering te doen?” Maar: “Hoe gaan we dit in vredesnaam op tijd en verantwoord rond krijgen – en welke bewezen, maar spannend gevonden methodes hebben we nu nodig?”
Dat werkt alleen in een markt die concurrentie aan twee kanten kent. Meerdere opdrachtgevers, meerdere opdrachtnemers. Als één partij de boel volledig domineert, verdwijnt de prikkel om echt tempo te maken. Dan heeft uitstellen minder consequenties, en wordt tijd rekbaar.
Voor Nederland, en zeker voor de bouw- en vastgoedontwikkelsector, zou het gezonder zijn als we elkaar structureel dwingen tot snellere én digitaal onderbouwde besluitvorming. Sneller betekent dan niet slordiger, maar bewuster. Minder vergadertijd, meer beslisimpact. Minder anekdote, meer data. Minder “nog even een ronde over het ontwerp” en meer “nu kiezen, met alle informatie op tafel, en het resultaat netjes vastleggen in het model”.
Digitalisering is in dat verhaal geen gimmick, maar de taal waarin we tijd zichtbaar maken. Een goed opgezet BIM-model, een duidelijke planningslijn, een dashboard waar je ziet wat elke schuif in programma, kwaliteit of techniek doet met opleverdatum en risico: dat zijn de instrumenten waarmee tijdsdruk eerlijk wordt verdeeld in plaats van stilzwijgend bij de laatste schakel wordt gedumpt.
Ik geloof niet dat pijn, crisis of visionaire praatjes op zichzelf genoeg zijn om de woningnood op te lossen. Ze helpen om wakker te worden. Maar de innovatie die blijft, ontstaat pas als er een harde klok aan hangt. Pas als het gewoon niet meer kán om besluiten eindeloos vooruit te schuiven.
Fileermoment
We zeggen in de sector graag dat we “geen tijd hebben” om goed te innoveren. Maar als ik eerlijk ben, is het andersom: juist omdat we de tijd zo rekbaar hebben gemaakt, komen we weg met half ingevoerde lean, halfbakken digitalisering en losse flodders concurrent engineering.
Zolang doorlooptijd geen harde voorwaarde is, blijft innovatie optioneel. En in een optioneel innovatiesysteem is het niet de techniek die faalt. Dan zijn wij het zelf die ervoor kiezen om niet te doen wat we allang kunnen.