Jacqueline Cramer: ‘Ik word vrolijk van CO2-reductie in de bouw, en samen zijn er grotere stappen mogelijk’ 

Auteur zonder afbeelding icoon
Marion de Graaff
16 februari 2026
6 min

De CO2-uitstoot waarvoor de bouwsector verantwoordelijk is, stemt niet direct vrolijk. Die reduceren wel, meent Jacqueline Cramer, oud-minister en voorzitter van het Betonakkoord. Hoewel ze onlangs afscheid nam als hoogleraar duurzaam innoveren, legt ze het duurzame bijltje er niet bij neer. “Ik blijf mijn passie volgen.”

“Vrolijk bouwnieuws? Leuke rubriek… Ik heb ook wel vrolijk bouwnieuws”, dacht oud-minister Jacqueline Cramer toen ze erover hoorde. Binnen no-time was het contact met de redactie gelegd. Dit keer is het podium voor haar.     

Wat is uw passie?
“Me inzetten voor de leefbaarheid van onze planeet. Als 18-jarig meisje kreeg ik een beurs om een jaar in de Verenigde Staten te studeren. Om alvast wat te wennen aan de Amerikaanse cultuur verbleef ik een maand voor aanvang van het studiejaar bij een welgestelde familie die woonde op een van de heuvels van Los Angeles. Uitkijkend richting de stad zag ik alleen een witte deken en ik vroeg aan de vrouw des huizes wat dat was. “Oh, that’s just smog because of all our cars”, zei ze. Dat antwoord trof me als een mokerslag en ik besloot ter plekke dat ik mijn leven wilde wijden aan milieuvraagstukken. En dat heb ik gedaan. Een opleiding op dat gebied was er toen trouwens nog niet. Ik studeerde biologie en volgde als bijvak Milieukunde. Duurzaamheid is al decennialang de rode draad in mijn werk, zowel in de politiek als in de wetenschap en het bedrijfsleven. En nu ben ik alweer heel wat jaren betrokken bij het verduurzamen van de bouw, en dan met name als voorzitter van het Betonakkoord en Bouwakkoord Staal.”

Waarom zet u zich juist in voor de beton- en staalindustrie?
“Omdat die sectoren verantwoordelijk zijn voor ongeveer 11 procent van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Dat moet echt naar beneden. Bij staal gaat het niet zozeer over verandering van de samenstelling van het materiaal zelf – want staal is nou eenmaal staal – maar over de verduurzaming van de primaire productie. Verder zijn er stappen mogelijk door te hergebruiken en hoogwaardig te recyclen en aanpassingen te doen in ontwerpen, bijvoorbeeld door sterker staal te gebruiken. Ook in de wereld van beton gebeurt heel veel. Het Betonakkoord werkt hard aan een klimaatneutrale betonketen. Zo zijn er al diverse voorbeelden van alternatieve materialen met de eigenschappen van beton, maar met een veel kleinere footprint, of zelfs nul. Het is ook mogelijk om CO₂ op te nemen in beton. Er kan zóveel, daar word ik heel vrolijk van.”

Dat Betonakkoord dateert uit 2018, hoe is de stand van zaken?
“Alle voorbereidende werkzaamheden zijn afgerond. Nu is het tijd voor opschaling en het in de praktijk brengen van innovaties. Maar, het veranderingsproces is taai. Dat komt omdat de betonsector heel gereguleerd en – daardoor – behoudend is. Verder krijgt de betonsector geen prioriteit in het innovatiebeleid. Daardoor ontbreken de prikkels om te vernieuwen.”

Aan wie ligt dat?
“De subsidieaanvraag die we voor de betonsector indienden bij het Nationaal Groeifonds is niet gehonoreerd. We kregen te horen dat het niet aan de overheid is om beton te verduurzamen, maar aan de sector zelf. Maar tot op heden reguleerde de overheid wel de verduurzaming van de bouwketen, maar niet die van de bouwmaterialen, zoals beton. Dat stuk proberen we nu zelf te regelen via het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. We verwachten dat nieuwe wetgeving in 2027 kan worden ingevoerd. Dat zal in eerste instantie gelden voor de grond-, weg- en waterbouw (GWW), een tak met vooral publieke opdrachtgevers. Vernieuwing kan dus nu gebeuren, maar subsidie voor innovatie kan daarbij de zaak nog verder versnellen.”

Dat proces, hoe verloopt dat?
“We hanteren de zogeheten Koploper-Peloton aanpak. De kennis en ervaring die de koplopers opdoen vormt in een later stadium de basis voor de sturing van het peloton. De prestatie-eisen worden steeds iets strenger, maar wanneer de koplopers laten zien dat er grotere stappen mogelijk zijn, dan wordt dat de maat. Op die manier trekken we de vernieuwing naar voren en gaan we uit van wat realistisch is. De betonsector en vooral de toeleveranciers van materialen zijn de eerste die van de vernieuwingen profiteren. Dat is een enorme prikkel! Zie het als een heuse wedloop: wie er met de beste oplossing komt, die kan vervolgens de standaard zijn voor de hele sector. 

Het is ook een kans voor investeerders en andere financiers, zoals de banken.
De GWW gaat nu voorop, maar als het systeem daarvoor is ingericht en geregeld, is het één op één in te voeren voor burgerlijke- en utiliteitsbouw (B&U). Het grote voordeel is dat iedereen hetzelfde doet; heel overzichtelijk want dan weet de markt waarop ze moet anticiperen. Bij B&U is het aandeel private opdrachtgevers groot; we zijn hard bezig om die partijen te verenigen in een grote coalitie. Met elkaar maken we de afspraak om op dezelfde wijze als in de GWW te gaan sturen, maar dan op vrijwillige basis. Op de Provada in juni gaan we dat bekrachtigen met een gezamenlijk commitment. Daar zou ik graag aandacht voor vragen.” 

U mag een oproep doen, hoor …
“Nou, graag! Als er partijen in de private opdrachtgeverssfeer in de B&U zijn die zich nog willen aansluiten, dan kan dat. Ik denk aan projectontwikkelaars, beleggers, bouwbedrijven, woningcorporaties. Ze kunnen zich melden via de secretaris van het Betonakkoord (martinjvandervliet@gmail.com). Het vergt weinig tijd; het voorwerk is allemaal gedaan. De enige voorwaarde is dat deze private opdrachtgevers duurzaam beton gaan voorschrijven in hun contracten.”

Was er naast het probleem van sturing nog een andere bottleneck?
“Ja, er was geen standaard die vernieuwing toelaat. De reguliere standaard EN206 (norm voor toepassing beton in constructies, red.) is gebaseerd op Europese normen en schrijft voor dat beton uit een x-percentage cement moet bestaan. Cement dus. Wil je dat vervangen door een ander CO₂-arm bindmiddel, dan past het niet meer binnen EN206. Met dergelijke dingen hebben we te maken. Dat is soms best frustrerend. Gelukkig bleek er al een ander spoor ingezet te kunnen worden en dat heet Beton op Prestatie. Daarbij wordt niet uitgegaan van een x-percentage cement maar van wat het beton moet presteren in een bepaalde toepassing. Uiteindelijk is het gelukt om een commissie op te tuigen en was er binnen no time een handreiking met voorbeelden en rekenmethoden. Er is dus een alternatief, erkend door het CROW, waarmee nu kan worden gewerkt.”

Het proces is taai, toch blijft u optimistisch en energiek. Hoe doet u dat?
“Haha, je zult wel moeten, want anders krijg je niets voor elkaar. Bij dit soort processen heb je nu eenmaal een lange adem nodig om alle seinen op groen te krijgen. Soms is het een stap vooruit, twee terug. Maar er komt een moment dat de tijd rijp is. De uitfasering van de gloeilamp, waar ik als milieuminister verantwoordelijk voor was, ging ook bepaald niet vanzelf. Nu is de ledlamp standaard, dat is ook gelukt. Het is dus heel belangrijk om het einddoel in het vizier te houden. Zolang het klimaatprobleem niet is opgelost, is opgeven geen optie.”

En uw inspanningen worden gewaardeerd, gelukkig!
“Ja, dat is geweldig. Na het uitspreken van mijn afscheidsrede werd ik door burgemeester Sharon Dijksma verrast met een koninklijke onderscheiding. Ik mag mezelf tegenwoordig Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau noemen. Dat voelt wel als een kroon op mijn werk.” 

Wie is Jacqueline Cramer

Het grote publiek kent Jacqueline Cramer als minister of als voorzitter van het Betonakkoord. Ze is veel meer dan dat. Jarenlang werkte ze als wetenschappelijk onderzoeker en duurzaamheidsexpert binnen het bedrijfsleven. Afgelopen oktober nam ze afscheid en sprak ze bij de Universiteit Utrecht haar afscheidsrede als Hoogleraar Duurzaam Innoveren uit. Toch blijft ze zich onverminderd inzetten voor de verduurzaming van de bouw. “Mijn droom is om de CO₂-uitstoot in die sector tot nul te reduceren.” 

De titel van haar afscheidsrede is ‘Veerkracht en Verbeelding; de basis voor een duurzame toekomst’. Cramer droeg de rede op aan haar kleinkinderen en sloot af met de woorden: “Deze rede heet weliswaar een afscheidsrede, maar ik stop niet met mijn werk. Jullie kennen me; ik blijf mijn passie volgen.” 

Over Vrolijk Bouwnieuws

De wereld is al somber genoeg, dus vragen we onze lezers waar ze vrolijk van worden. In de rubriek Vrolijk Bouwnieuws vertellen ze zelf waarom ze enthousiast worden van een project, een stuk gereedschap of een manier van werken. Het maakt niet uit, zolang het zelfs een druilerige dinsdagochtend wat lichter maakt.
Wil je jouw vrolijk bouwnieuws ook onder de aandacht brengen? Mail de redactie

‘Met AI dicht je in één keer het hele gat in het klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving’

‘Met AI dicht je in één keer het hele gat in het klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving’

Lees meer Pijl naar rechts icoon

Whitepapers

Innovatie in uitvoering: industrieel bouwen

Wees voorbereid op de bouwplaats van de toekomst.

Resultaatgericht Samenwerken (RGS).

RGS is een gestructureerde methode die vastgoedprofessionals direct ondersteunt bij kwaliteitsverbetering, kostenefficiëntie en verduurzaming.

Vijf tactieken voor meer productiviteit van field service teams

Digitale tools liggen aan de basis van een geslaagde digitale transformatie. Hoe werkt dat in de praktijk?