Digitalisering maakt de architect groter!

Auteur zonder afbeelding icoon
Pim van Meer
24 juni 2026
5 min

Pim van Meer gaat in deze Doolhof in gesprek met Abram de Boer, architect en eigenaar van MNNR architecten. Daar komen verrassende inzichten uit voort.

Sommige architecten praten nog altijd alsof digitalisering hun vak kleiner maakt. Alsof data, standaarden en parametrisch ontwerp het begin zijn van een wereld waarin de architect langzaam wordt ingeruild voor een spreadsheet met smaak.

Ik geloof er niets van. En na mijn gesprek met Abram de Boer geloof ik er nóg minder van. We waren het opvallend vaak eens. Maar het mooiste was dat we op één cruciaal punt precies hetzelfde bleken te hebben ontdekt.

Abram vatte zijn vertrekpunt zo samen: ‘Wij willen op ruimte, economie, ecologie én maatschappelijke waarde de best gewogen beslissing nemen. Technologie en standaardisatie geven ons de kans om die afweging onderbouwd te maken, in plaats van op onderbuikgevoel.’

Ik reageerde zoals ik zelf graag verrast word: ‘Jij snapt de truc. Wij doen precies hetzelfde. Ik doe als ontwikkelaar letterlijk hetzelfde om te laten zien dat we de beste willen zijn. Want om objectief de ideale partner te zijn, moet je eerst één uniforme meetmethode durven maken.’

En daar zit meteen de kern.

Digitalisering maakt de architect niet kleiner.
Digitalisering maakt de architect preciezer, en juist daardoor gróter.

Niet preciezer in de zin van: nog meer tekenen, nog meer modelleren, nog meer getallen ophoesten voor de bühne. Maar preciezer in de zin van: weten op welke waarden je stuurt, voor wie je ontwerpt, en welke parameters bij welke stakeholder horen.

Abram zei het scherp: ‘Juist omdat de architect een regisserende rol heeft, ontkomen we er niet aan datagedreven te ontwerpen.’

Daar staat iets stevigs. Namelijk: je houdt je regierol niet overeind dóór afstand te bewaren tot de data, maar dóór die data te begrijpen en naar je hand te zetten.

En toen werd het pas echt interessant. Want Abram legde de vinger op iets wat mij al langer dwarszit. ‘Generatieve AI is in de kern een gemiddelde-machine’, zei hij. ‘Ze levert oneindig veel plausibel gemiddelde. En juist dáárom wordt de architect die bewust durft af te wijken ineens het schaarste goed dat er is.’

Kijk. Daar mag je even op kauwen.

Jarenlang was de angst dat data tot saaie, uniforme architectuur zou leiden, een soort rekenkundig Oostblok. Maar de echte dreiging blijkt het tegenovergestelde: niet uniform door dwang, maar grauw door waarschijnlijkheid. Als iedereen dezelfde gemiddelde plaatjes uit dezelfde machine trekt, is het afwijkende ineens kostbaar. En afwijken mét onderbouwing, dát kan geen machine; dat kan alleen een mens met een plan.

Vandaar misschien wel de mooiste zin uit het gesprek: ‘Hoe beter de tools worden, hoe belangrijker de architect wordt als regisseur van kwaliteit, context en betekenis.’

Maar dan komt de hamvraag, en die stelde ik bewust hardop: hoe meet je die kwaliteit eigenlijk? Mijn eigen antwoord is altijd geweest: kwaliteit is uitstekend meetbaar, zódra je de juiste stakeholders vraagt hóe zij het meten. Abram ging een stap verder, en daar werd ik stil van: ‘Je meet kwaliteit nooit helemaal. Je verlegt steeds de grens van wat meetbaar is. En op die bewegende grens leeft de architect.’

Volgens hem is dat de volgende grens van het vak: zachte waarden hard maken. ‘Thuisgevoel, tijdloosheid, zelfs ethiek meetbaar maken’, zei hij. ‘Niet om de magie weg te rekenen, maar om haar een stem te geven náást de stichtingskosten. Want een waarde die je niet meet, verliest élke afweging van het getal dat er al ligt.’

En dan draait hij het om: “Een norm is eigenlijk een bevroren waarde uit een andere tijd. Zodra je de waarde eronder kunt meten, mag die norm fluïde worden, richting kwaliteit.’

Daar wordt data geen bedreiging.
Daar wordt data munitie.

Maar — en nu word ik even ongemakkelijk eerlijk over mijn eigen kant van de keten — die munitie werkt alleen als de waarden bovenstrooms helder zijn. Abram zei het zonder verwijt, maar het kwam hard aan: ‘Wij geven volledig inzicht in onze modellen. Maar in datzelfde project heb ik geen idee wat de opdrachtgever in zijn stichtingskostenopzet of zijn LOI zet.’

Dat legt precies bloot waar het in de keten vaak scheef zit. Een architect kan nog zo slim, precies en onderbouwd willen werken, als wij de waarden upstream niet expliciet maken, moet hij alsnog gokken op wat voor de ander telt. En dan, zoals ik het in het gesprek zei: ‘Als wij als ontwikkelaar niet scherp hebben waar een belegger echt op stuurt, kan een architect onmogelijk het beste antwoord geven. Dan rekenen we hem niet af op zijn ontwerp, maar op ónze onduidelijkheid.’

Dat is geen uitnodiging tot klagen of vingerwijzen. Het is een oproep aan de hele keten om eerlijker te worden. Want als je wilt dat de architect betere antwoorden geeft, moet je betere vragen durven stellen. En juist daar helpt digitalisering wél: om die vragen expliciet te maken, waarden aan modellen te koppelen, en van vaag gevoel naar gericht gesprek te gaan.

Abrams samenvatting was bijna ontwapenend simpel: ‘Als je de basisparameters kent, kún je pas data gedreven ontwerpen, en dan pas gericht creatief afwijken.”

Dat is het hele verhaal in één zin.
Niet eerst losgaan op een vrije vorm en daarna hopen dat de haalbaarheid wel volgt.
Niet eerst het design als statement en daarna schrikken van de rekensom.
Maar eerst begrijpen wat de basisparameters zijn, en dán pas slim, creatief en doelgericht afwijken.

Want ja, de architect moet nog steeds afwijken.
Niet de mediaan reproduceren, maar context maken.
Niet het gemiddelde tekenen, maar betekenis aanbrengen.

Dat wordt sterker, niet zwakker, naarmate de spelregels duidelijker zijn.

Fileermoment

De architect van morgen is niet degene die het hardst roept dat de technologie zijn vak bedreigt.

De architect van morgen is degene die snapt dat zijn positie juist sterker wordt zodra hij wéét op welke waarden de stakeholders sturen. Die de zachte waarden hard durft te maken, en die vervolgens beter, preciezer en eigenzinniger van het gemiddelde afwijkt dan wie dan ook.

In een wereld waarin de machine oneindig veel gemiddelde produceert, is dat afwijken het schaarste goed dat er is. De grensverleggende datagedreven architect.

De rol van de architect wordt dus niet kleiner.
Hij wordt anders. Preciezer. En — als we het goed doen — gróter.

Over Pims digitale doolhof

In deze rubriek neemt Pim je mee in de soms wonderlijke, warrige maar snel veranderende wereld van digitalisering. Hij put uit zijn ervaringen die hij meemaakt als directeur digitalisering van VORM. Pim is uitgesproken, kritisch, maar wil jou bovenal helpen. Loop jij vast in het digitale doolhof? Pim helpt je naar de uitweg…. Lees hier alle afleveringen.

‘Het elektriciteitsnet efficiënter maken kán niet zonder gelijkstroom’

‘Het elektriciteitsnet efficiënter maken kán niet zonder gelijkstroom’

Lees meer Pijl naar rechts icoon

Whitepapers

Innovatie in uitvoering: industrieel bouwen

Wees voorbereid op de bouwplaats van de toekomst.

Resultaatgericht Samenwerken (RGS).

RGS is een gestructureerde methode die vastgoedprofessionals direct ondersteunt bij kwaliteitsverbetering, kostenefficiëntie en verduurzaming.

Vijf tactieken voor meer productiviteit van field service teams

Digitale tools liggen aan de basis van een geslaagde digitale transformatie. Hoe werkt dat in de praktijk?