Een borger was geschorst. Die spande een kort geding aan en iedereen keek met argusogen naar de rechtszaak. Want nu zou er eindelijk eens een uitspraak komen over kwaliteit van borging. Maar niets was minder waar, en de onzekerheid duurt voort.
De uitspraak van de rechter liet niets aan helderheid te wensen over. De schorsing moet van tafel en borger BK moet weer toegang krijgen tot het kwaliteitsborgingsinstrument van Apexion. Dat is heel fijn voor de gedupeerden wiens projecten stillagen. Maar dit kort geding laat toch een viezige smaak achter. We zijn helemaal niks opgeschoten.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de rechter helemaal niet interessant vond wat voor bouwers en borgers nou juist belangrijk is. Bij de uitspraak kwam het vooral neer op simpelweg kijken of de procedures al dan niet waren gevolgd.
Instrumentaanbieder Apexion had borger BK eerst een waarschuwing gegeven, maar had die later weer ingetrokken om BK het voordeel van de twijfel te geven. Toch hadden ze voor de schorsing de termijn gebruikt die bij die oorspronkelijke waarschuwing hoorde. En je kunt een waarschuwing nou eenmaal niet intrekken, om die waarschuwing vervolgens als basis te gebruiken om alsnog schorsen. De zaak was dus simpel zat. Inslikken die schorsing. En snel een beetje.
Voor de rechter was alles wat er nog meer werd besproken rookgordijn. Maar daarnaast viel op dat eigenlijk alles wat werd besproken over procedures ging. Hoe moet het bewijs worden ingevoerd in het instrument? Moet dat direct, of mag je daar eigen software voor gebruiken? Dat stond ter discussie. Het vermoeden van slecht borgerschap kwam maar heel even ter sprake bij monde van Flip van der Linden, technisch directeur van instrumentaanbieder Apexion. Hij had een hele data-analyse uitgevoerd. Maar hij kon uiteindelijk niet hard maken dat de gebreken die daaruit tevoorschijn kwamen niks te maken hadden met de gebrekkige integratie van de verschillende stukken software. En dus kon hij zijn claim geen kracht bijzetten dat de software van de borger ‘sjoemelsoftware’ was.
De enige helderheid die de zaak verschafte was dus dat de Wkb nog steeds met opstartproblemen zit. En dat is voor heel weinig mensen een verrassing.
De pijnlijke conclusie is dat de Wkb eens te meer in zijn hemd staat. Er werd met spanning uitgekeken naar de zaak, maar alles wat we gezien hebben is wat gesteggel over procedures die blijkbaar al die tijd fluïde zijn geweest. Maar dat gesteggel heeft intussen wel 1200 bouwprojecten maanden stilgelegd. Buiten de schuld van de mensen die een huis aan het bouwen waren. Ook dat leed kwam voorbij in de rechtszaal, maar was juridisch evenmin relevant.
Daarom is vooral duidelijk geworden dat er heel goede en soepele procedures moeten worden opgetuigd om dit soort nevenschade te voorkomen.
En snel een beetje.