We hebben het in de bouw heel makkelijk over duurzaamheid en over circulariteit. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Ronald Rovers zet de definities op scherp.
Laten we 2026 beginnen met een goed voornemen: we maken de juiste afspraken omtrent definities. Want een aantal definities die we in de bouw veel gebruiken zijn misleidend. En als we die blijven gebruiken, zou u ook mijn columns weleens verkeerd kunnen begrijpen.
Neem nu ‘duurzaam bouwen’. Het woord ‘duurzaam’ verbannen we. Iedereen verstaat er iets anders onder. Dat woord hadden we nooit moeten introduceren, al geef ik toe dat ik er ook zelf verantwoordelijk voor ben. We kunnen beter terug naar ‘milieubewust bouwen’, zoals we het noemden in de jaren tachtig en negentig. Of beter nog: VOLHOUDBAAR. De essentie daarvan is dat wat we doen volhoudbaar is. Is het energie- en materiaalgebruik ook in de toekomst nog mogelijk voor anderen en kunnen we het inzetten voor vervanging?
Aha, dat laatste is toch circulair?, zegt u. Helaas, de term ‘circulair’ wordt ook misbruikt. De meesten gebruiken het woord om te suggereren dat ze het zijn, terwijl ze het dus niet zijn. Circulair is alleen dat waarvan de voorraad hersteld wordt binnen de tijd van gebruik-toepassing. Dan is de kringloop gesloten. Dat geldt vrijwel uitsluitend voor hergroeibare materialen uit de biocyclus.
Voor circulair als in ‘circulaire economie’ geldt dat niet. Daarin wordt het woord ‘circulair’ ook gebruikt voor grondstoffen waarvan de voorraad niet op tijd hersteld wordt, zoals metalen en mineralen. Dat is dus oneigenlijk gebruik van de term, en dus misbruik. Want feitelijk draaien al die zogenaamd circulaire stappen om verlengd gebruik, oftewel lineair vertragen. Daar is niks mis mee, maar circulair is het niet. Er wordt nog steeds uitgeput, alleen iets trager.
Met wat goede wil zou je dat wellicht nog ‘hernieuwbaar’ kunnen noemen, of op zijn Vlaams ‘Vernieuwbaar’. De grondstoffen worden ‘hernieuwd gebruikt’. Maar dat kan dan voor alles gelden. Bovendien is het verwarrend in relatie tot biobased grondstoffen, waarvan de voorraad wel hersteld wordt, in de zin van echt circulair. ‘Hernieuwbaar’ gebruiken we dus ook niet meer.
Overigens, zonne-energie is ook niet hernieuwbaar, het is een constante stroom, die zichzelf opbrandt en ooit een keer ophoudt. Het is, met andere woorden, stromingsenergie. Net als wind, waterkracht en zelfs biomassa-energie.
Wat grondstoffen betreft stel ik voor om voortaan te spreken van HERGROEIBAAR en HERBRUIKBAAR. Iets is hergroeibaar als de stoffen daadwerkelijk hergroeien en als de voorraad zichzelf dus kan aanvullen binnen de tijd van gebruik. Dat is een autonoom gedreven proces. En dan gebruiken we ‘herbruikbaar’ voor de rest, waarbij het ingrijpen van de mens vergt om het proces van ‘verlengd gebruik’ te verwezenlijken. Dat is veel minder verwarrend.
Oh ja, en CO2, dat is natuurlijk gewoon een end-of-pipe-benadering. CO2 is maar één van de effecten van energiegebruik. Het is beter om te zorgen voor sterke energiereductie, dan verdwijnen er meerdere nadelen, waaronder CO2.
Dus we gaan in 2026 werken aan het inzetten van hergroeibare en herbruikbare grondstoffen, met stromingsbronnen voor energie en alles op een volhoudbare manier. Toch?

Ronald Rovers
Ronald Rovers is ex-professor, fysisch fundamentalist en toekomstdenker. Hij is op een zoektocht naar de ultieme volhoudbare fysische balans op aarde, zonder fossiel uiteraard. Productief Land blijkt ziet hij daarbij als ons echte kapitaal, voor voedsel, energie, water en materiaal. Dat vergt dat wij ‘vegetarisch’ leven, en dus ook vegetarisch bouwen. In dat licht verkent hij hier de toekomst van de bouw.