Als jij de afgelopen jaren hebt geprobeerd om digitalisering, data, standaarden, modellen of transparantie verder te brengen in de bouw en gebiedsontwikkeling, dan is deze column voor jou.
Ook als je niet op het podium stond. Ook als je niet aan “het boek”, #dankaandenerds, hebt meegeschreven.
Ook als je ergens in een projectteam, werkgroep, gemeente, corporatie, ontwikkelaar, adviesbureau, softwarebedrijf of branchevereniging zat te ploeteren aan iets waarvan anderen eerst dachten: moet dit nou echt?
Ja. Dit moest echt.
En vorige week op PROVADA werd dat zichtbaarder dan ooit. We hebben daar niet alleen mooie verhalen verteld. Gelukkig niet. We hebben ook eerlijk gezegd dat digitalisering in de bouw en gebiedsontwikkeling ploeterwerk is.
Afstemmen. Schuren. Definities bespreken. Terug naar de informatiebehoefte. Opnieuw uitleggen waarom een veld in een dataset geen detail is, maar een besluit. Waarom een standaard geen hobby is, maar een afspraak. Waarom gemeenschappelijke taal geen theoretische luxe is, maar de basis om elkaar überhaupt te begrijpen.
En precies die woorden bleven hangen toen we ons boek aan de minister mochten aanbieden: gemeenschappelijke taal.
Dat vond ik mooi.
Want het boek #DankAanDeNerds, geschreven door VORM en VanWonen samen met NEPROM en WoningBouwersNL, is juist geschreven met een heleboel vlaggendragers op alle niveaus in de keten.
Mensen die hielpen denken.
Mensen die weerstand gaven.
Mensen die voorbeelden deelden.
Mensen die standaarden testten.
Mensen die vroegen: maar wat bedoelen we hier nu precies mee?
Mensen die bleven terugkomen op het ongemakkelijke punt dat je zonder gemeenschappelijke taal geen vertrouwen kunt organiseren.
En als jij er niet letterlijk aan hebt meegeschreven, maar de afgelopen jaren wél ergens hebt bijgedragen aan deze beweging, dan is dat boek ook van jou!
Dat is belangrijk.
Want het boek gaat niet alleen over digitalisering. Het gaat over verandermanagement. Over innovatie. Over bestuurders die verantwoordelijkheid moeten nemen. Over mensen die al jaren proberen om de sector vooruit te duwen terwijl de rest soms nog doet alsof het een interessante bijlage is.
Maar het gesprek is veranderd.
De technieken zijn er.
De vlaggendragers zijn er.
De standaarden ontstaan.
De voorbeelden liggen op tafel.
De sessies zijn gegeven.
De bestuurders hebben geluisterd.
De directeuren hebben meegekeken.
En zelfs de minister heeft een deel van de machine gezien.
Dan is de vraag niet meer of dit belangrijk is. De vraag is waarom nog niet iedereen meedoet. Dat is gewoonweg raar.
Niet omdat digitalisering makkelijk is. Dat is het niet. Transparantie is ongemakkelijk. Gemeenschappelijke taal maken is traag. Afstemmen tussen ontwikkelaars, corporaties, beleggers, gemeenten, notarissen, ontwerpers en softwareleveranciers is soms alsof je met zeven mensen tegelijk een Ikea-kast bouwt zonder handleiding, terwijl één iemand roept dat hij nog een betere schroefdefinitie heeft.
Maar weet je wat veel moeilijker is?
Doorgaan met onduidelijke informatie.
Doorgaan met verborgen aannames.
Doorgaan met kaarten tegen de borst.
Doorgaan met besluiten nemen op basis van documenten, Excels en interpretaties waarvan niemand meer precies weet welke waarheid ze vertegenwoordigen.
Gemeenschappelijke taal is voorwaardelijk voor computers. Maar noodzakelijk voor transparantie en vertrouwen.
Daarom voelde het overhandigen van dat boek niet als een overwinning voor Pim. Niet als een overwinning voor VORM en of Van Wonen. En ook niet als een overwinning voor één club, één methode of één standaard.
Het voelde als een overwinning voor iedereen die al jaren probeert uit te leggen dat dit nodig is.
Voor de vlaggendragers.
Voor de mensen die in hun eigen organisatie steeds opnieuw moeten uitleggen waarom dit geen extra werk is, maar beter werk.
Voor de mensen die tegen hun bestuurder, directeur, gemeente, opdrachtgever of ketenpartner zeggen:
Dit is niet alleen mijn verhaal.
Dit is waar de sector naartoe beweegt.
Dit is waar het ministerie naar kijkt.
Dit is waar we nu op moeten doorpakken.
Dus gebruik dit moment.
Gebruik dat boek. Neem die sessies als voorbeeld. Pak PROVADA als legitimatie voor je werk. Neem, net als ik, de woorden van de minister. Pak de energie van de beurs. Niet om te bewijzen dat jij gelijk had, maar om het gesprek open te breken.
Want dit gaat niet om wie het bedacht heeft.
Niet om wie de beste methode heeft.
Niet om wie het mooiste model heeft.
Dit is de strijd tegen onwetendheid. En die win je niet door harder te roepen vanuit je eigen hoek.
Die win je door af te stemmen, uit te leggen, te delen en beter te maken.
Fileermoment.
Wie nu nog blijft hangen in ja, maar verandermanagement is spannend, moet eerlijk zijn over wat hij eigenlijk zegt. Hij zegt niet dat de nieuwe methode spannend is. Hij zegt dat hij liever vasthoudt aan een bestaande methode waarvan we allang weten dat die tekortschiet.
Want als de woningcrisis echt urgent is, als betaalbaarheid echt onder druk staat, als kwaliteit echt bewaakt moet worden, als duurzaamheid en sociale impact echt serieus genomen worden, dan kun je niet blijven praten alsof transparantie een luxe is. Dan is transparantie gewoon werk.
Vlaggendragers: dit is jullie moment.
De bestuurders hebben gekeken.
De directeuren hebben geluisterd.
De minister heeft het boek aangenomen.
Nu pakken we door.
Dit is jouw overwinning.
Gebruik hem.
Ps. Wist je dat het ministerie eerst je boek screent voordat het aangenomen kan worden door de minister? Dus er staat NIETS in waar ze het echt NIET mee eens zijn. Leg dit maar aan je directeur uit.