Circulair bouwen? Benut digitalisering AUB!

Auteur zonder afbeelding icoon
Paul Geraedts
12 oktober 2026
6 min

Ieder bouwproject beschikt over bakken informatie. Van bouwtekening tot BIM-model. Toch weten we bij renovatie of sloop vaak niet welke materialen vrijkomen en welke opnieuw kunnen worden gebruikt. Eeuwig zonde, vindt Sultan Çetin, business developer bij DigiC, een samenwerkingsprogramma dat circulair bouwen wil versnellen met digitalisering. “Waarom creëren we geen paspoorten?”

Çetin weet waarover ze praat. Als promovendus aan de TU Delft deed ze onder meer onderzoek naar materiaalpaspoorten, AI, blockchain en parametrisch ontwerpen. Tegenwoordig werkt ze dus als business developer bij ROM Utrecht Region binnen DigiC, een publiek-privaat programma dat digitalisering inzet om circulair bouwen schaalbaarder, betaalbaarder en duurzamer te maken.

Flinke opgave

En volgens Çetin ligt daar een flinke opgave. Juist in een sector waar veel partijen na elkaar aan een gebouw werken, ziet ze digitalisering als belangrijke schakel. “De bouw werkt nog sterk in losse eilanden, terwijl circulair bouwen vraagt dat ontwerpers, bouwers, producenten, vastgoedeigenaren en overheden eerder informatie delen en samen keuzes maken. En dat moet je in de vroege fase regelen.”

Wie bijvoorbeeld hergebruikte bouwelementen in een ontwerp wil opnemen, moet vroegtijdig weten waar en wanneer die beschikbaar komen. Digitale hulpmiddelen kunnen dat inzicht geven. Tegelijkertijd maken simulaties, AI en parametrisch ontwerpen het mogelijk om ontwerpopties sneller te vergelijken. “Je kunt sneller werken. Met digitalisering en standaardisatie kun je de productiviteit verbeteren. Dat betekent dat je minder arbeid nodig hebt en dus tijd en daarmee kosten kunt besparen.”

Toegang tot data gedurende de hele levensduur

Een belangrijk deel van het werk van Çetin begint bij de manier waarop informatie gedurende de levensduur van een gebouw wordt doorgegeven. Ze noemt een woningcorporatie als voorbeeld: “Bij oplevering worden BIM-modellen, tekeningen en materiaalspecificaties aangeleverd. Jaren later blijkt die informatie over verschillende systemen verspreid. Na tien of vijftien jaar moeten ze dat gebouw opnieuw aanpakken, maar dan is het moeilijk om de data te vinden. Of ze kunnen het model zelf niet openen, of ze weten niet waar het precies te vinden is.”

Dat is voor circulair bouwen een fundamenteel obstakel. Zonder betrouwbare informatie over toegepaste producten en materialen is moeilijk te bepalen wat opnieuw gebruikt kan worden. Tegelijkertijd gaat waardevolle praktijkkennis verloren. “Stel je voor dat een onderhoudsbedrijf wist wat het beste werkt en wat niet werkt. Als we een feedbackloop hadden tussen woningcorporaties en onderhoudsbedrijven, zouden ze dat bij toekomstige materiaalkeuzes slimmer kunnen gebruiken.”

Digitale uitdaging voor de sector

Een deel van de oplossing van dat probleem ligt bij materiaalpaspoorten. Het achterliggende idee omschrijft Çetin als het behandelen van de gebouwde omgeving als een soort materialenbank. “We verzamelen materialen in gebouwen en die gebouwen hebben vaak een levensduur van vijftig tot honderd jaar. Waarom creëren we geen paspoorten, zodat we al ver vóór de sloop kunnen inschatten welke materialen herbruikbaar zijn, of ze schadelijke stoffen bevatten en of ze voldoen aan de eisen die gelden op het moment van hergebruik?”

Dat kan volgens haar op verschillende niveaus: van componenten en complete gebouwen tot de materiaalvoorraad van een gehele regio. Een goed voorbeeld is het DigiC-project in de Utrechtse wijk Merwede, waarin partners werkten aan een gebiedsgericht materialenpaspoort om materiaalgebruik en toekomstig hergebruik inzichtelijk te maken. Daarmee kan bijvoorbeeld vooraf zichtbaar worden hoeveel hout, beton of andere materialen in de komende jaren beschikbaar komen.

Tegelijkertijd dient zich een volgende ontwikkeling aan: het digitale productpaspoort (DPP). Volgens de CPR (Construction Products Regulation) moeten fabrikanten straks voor bouwproducten die onder de nieuwe regels vallen een DPP beschikbaar stellen wanneer zij deze op de Europese markt brengen. Hierin staat wat het product kan, hoe het veilig wordt gebruikt en welke technische informatie erbij hoort. Zo wordt de informatie over bijvoorbeeld herkomst, samenstelling en demontage digitaal beschikbaar.

Met die ontwikkelingen dient zich een nieuwe vraag aan, legt Çetin uit. “Gebouwen blijven ongeveer zestig jaar staan. Hoe gaan we die informatie al die tijd bewaren? Moet dat in een soort Europese databank? Of moet het iets anders zijn?” Voor Çetin raakt dat precies aan de volgende digitale uitdaging voor de sector: niet alleen data verzamelen, maar zorgen dat die tientallen jaren toegankelijk en overdraagbaar is, en dat ook al die tijd blijft. “Dit is iets waar we vandaag in investeren voor de toekomst.”

Met AI een gebouw van top tot teen inventariseren

Waar betrouwbare data van bestaande gebouwen ontbreekt, kan technologie helpen om die alsnog te verzamelen. Binnen het innovatieproject Hergebruik in Beeld ontwikkelt DigiC samen met een AI-inspectiebedrijf, een sloopbedrijf en een gespecialiseerd ingenieursbureau een aanpak om herbruikbare gebouwelementen sneller te inventariseren met behulp van beeldherkenning.

Pointclouds, drone- en satellietbeelden en scans worden daarbij gecombineerd met de kennis van specialisten die gebouwen vóór sloop inventariseren. “We gaan het AI-model met die expertise en kennis trainen. Ons doel is om het dataverzamelingsproces te automatiseren, zodat we sneller inzicht krijgen in welke materialen beschikbaar zijn.”

Daar hoeft het niet bij de buitenkant van een gebouw te blijven. Ook binnen kunnen 3D-scans worden gemaakt en bestaande tekeningen en pdf’s worden toegevoegd. “Je kunt verschillende databronnen combineren en zo een datarijk model bouwen. Dat kan een heel mooie oplossing zijn om beslissingen over een gebouw te nemen.”

Beschikbaarheid van data is de echte uitdaging

Maar weten wat ergens vrijkomt, betekent nog niet dat een kozijn, balk of gevelpaneel ook daadwerkelijk op tijd bij een volgend project belandt. Op de vraag of vraag en aanbod inmiddels digitaal aan elkaar gekoppeld kunnen worden, antwoordt Çetin kort: “Dat werkt beperkt.” Niet omdat de technologie ontbreekt. “In theorie is het volledig mogelijk. We hebben onderzoek, simulaties en oplossingen om dit te doen. Maar vaak ontbreken gegevens over welke materialen in gebouwen zitten én wanneer die gebouwen gesloopt gaan worden. Daardoor weten we onvoldoende welke materialen op welk moment vrijkomen, terwijl die timing cruciaal is om vraag en aanbod voor hergebruik op elkaar af te stemmen.”

Bij woningcorporaties is vaak redelijk voorspelbaar wanneer gebouwen worden gerenoveerd of gesloopt. Voor particulier vastgoed ligt dat anders. Een mogelijke stap is daarom om gegevens van woningcorporaties en publieke vastgoedeigenaren samen te brengen, zodat er een grotere materiaalpool ontstaat. “Dan weet je binnen het sociale woningsegment min of meer welke gebouwen worden gesloopt en kun je die matchmaking doen. Maar de private voorraad is heel moeilijk in kaart te brengen.”

De fabriek als versneller

Ook fabrieksmatig bouwen biedt volgens Çetin kansen om circulariteit op grotere schaal toe te passen. Daarbij plaatst ze wel een belangrijke kanttekening: circulair bouwen betekent niet automatisch dat ieder nieuw gebouw uit tweedehands elementen moet bestaan. “Industriële bouw heeft veel potentieel, zowel met secundaire als met biobased materialen.

Het biedt de mogelijkheid om losmaakbare verbindingen gemakkelijker als vaste onderdelen in productieproces op te nemen.”

De gecontroleerde omgeving van een fabriek kan volgens haar helpen om materialen met een lage milieu-impact op grotere schaal toe te passen, op zo’n manier dat onderdelen later eenvoudig kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt. Daarmee kunnen digitalisering, industrialisatie en circulariteit elkaar versterken. Een verregaand gedigitaliseerd productieproces maakt immers beter voorspelbaar welke materialen nodig zijn, terwijl informatie over beschikbare grondstoffen en bouwelementen kan worden meegenomen in ontwerp en productie.

Voor hergebruikte materialen blijft die koppeling ingewikkelder. Een fabriek vraagt om een voorspelbare aanvoer, terwijl bij secundaire materialen niet altijd duidelijk is wat beschikbaar komt, wanneer dat gebeurt en in welke hoeveelheid of kwaliteit. Datzelfde vraagstuk speelt volgens Çetin overigens ook bij biobased materialen. “Vraag en aanbod zijn problematisch bij alle soorten bouwmethoden.”

Digitalisering blijft daarbij een van de middelen. Uiteindelijk moet ook de businesscase veranderen. Volgens Çetin kijken we nu vooral naar de aanschafprijs en onvoldoende naar bijvoorbeeld CO₂-uitstoot, gezondheid en andere maatschappelijke effecten. “De businesscase verandert wanneer we niet alleen naar de aanschafprijs kijken, maar ook naar bijvoorbeeld CO₂ uitstoot, restwaarde, levensduur en andere maatschappelijke effecten. Instrumenten zoals CO₂-beprijzing kunnen helpen om die waarden beter mee te nemen in besluitvorming.”

Het digitaal in kaart brengen van gebouwen en herbruikbare materialen wordt steeds concreter. Volgens Çetin draait de opgave zowel om betrouwbare data als om samenwerking in de keten. Om informatie tijdens ontwerp, bouw, gebruik en hergebruik beschikbaar, actueel en toegankelijk te houden, zijn gezamenlijke afspraken en goed aansluitende systemen nodig. DigiC brengt daarvoor bedrijven, overheden en kennisinstellingen samen. In concrete innovatieprojecten ontwikkelen en testen zij bedrijfsoverstijgende oplossingen. Zo krijgt de bijdrage van digitalisering aan een circulaire en toekomstbestendige gebouwde omgeving in de praktijk vorm.

‘Het elektriciteitsnet efficiënter maken kán niet zonder gelijkstroom’

‘Het elektriciteitsnet efficiënter maken kán niet zonder gelijkstroom’

Lees meer Pijl naar rechts icoon

Whitepapers

Innovatie in uitvoering: industrieel bouwen

Wees voorbereid op de bouwplaats van de toekomst.

Resultaatgericht Samenwerken (RGS).

RGS is een gestructureerde methode die vastgoedprofessionals direct ondersteunt bij kwaliteitsverbetering, kostenefficiëntie en verduurzaming.

Vijf tactieken voor meer productiviteit van field service teams

Digitale tools liggen aan de basis van een geslaagde digitale transformatie. Hoe werkt dat in de praktijk?