Goede digitalisering maakt tegenstrijdigheden zichtbaar die je zelf niet had gezien. En dat is irritant. Niet erg, vindt Pim van Meer, die een lofzang zingt op irritatie.
Mijn compagnon Paul Strokap en ik kennen elkaar al vijftien jaar. Van Paul heb ik veel geleerd. Maar ik vond het toch behoorlijk spannend toen hij een keer overwoog om naar VORM te komen. Niet omdat ik dacht dat het slechter zou worden, maar juist omdat ik wist: op bepaalde thema’s heeft hij er meer verstand van dan ik.
Dat is een interessante test voor het ego. Want ergens hopen mensen toch vaak dat zij zelf de slimste van de kamer zijn. Terwijl de werkelijkheid veel nuttiger is: het is helemaal niet erg als iemand ergens meer verstand van heeft dan jij. Sterker nog, meestal wordt het daar beter van.
Althans, mits je het oneens durft te zijn. En Paul en ik zijn het vaak niet helemaal eens. Dan gaat het trouwens niet over de grote lijn. Meestal juist over die laatste paar procent. Over wat nog niet scherp genoeg is. Over wat nog niet helemaal is uitgekristalliseerd. Over of iets al af is, of nog niet.
Ik denk dan nogal eens: laat maar gaan. En juist daar begint het interessante deel, namelijk de irritatie. Want het nut van irritatie wordt enorm onderschat.
Irritatie is namelijk niet zomaar gedoe. Irritatie is vaak het moment waarop iemand jou wijst op een tekortkoming, een gemiste nuance of een ander inzicht dat jij nog niet zag aankomen. Dat voelt ongemakkelijk.
Logisch ook. Jij dacht dat je verhaal stond. Dat je redenering af was. En dan zegt iemand: ho even, hier klopt iets nog niet. Dat is irritant. Letterlijk.
En precies daar zit de kans.
Je kunt die irritatie wegwuiven. Je kunt denken: wat een gezeur. Je kunt, zoals Paul het mooi zei, in de verdediging stampen. En dat is een heerlijke omschrijving, want dat is precies wat het is.
Niet rustig terugduwen, maar stampen. Dichtgaan. Niet meer openstaan voor de suggestie dat je misschien geen gelijk hebt. En op dat moment blokkeer je precies datgene waar irritatie nuttig voor is: leren.
De kunst is namelijk niet om irritatie te vermijden. De kunst is om haar toe te laten. Om te voelen: blijkbaar zit hier iets wat ik nog niet had gezien. Blijkbaar verrast deze ander mij met een perspectief dat mijn eigen blik nog niet bevatte. Blijkbaar is mijn ongemak op dit moment geen bewijs dat die ander lastig is, maar misschien wel een signaal dat mijn wereldbeeld net iets te klein was.
Dat is geen comfortabele houding, maar wel een productieve.
En eerlijk gezegd denk ik dat de hele keten hier iets van zou moeten leren. Te veel mensen verzamelen nog steeds mensen om zich heen die bevestigen, geruststellen en vooral niet te veel schuren. Begrijpelijk ook. Comfort voelt efficiënt. Bevestiging voelt als voortgang.
Maar als je alleen mensen om je heen hebt die zeggen dat je lekker bezig bent, dan wordt je denken niet scherper. Alleen prettiger, en dat is gevaarlijk. Want in een complexe wereld, met complexe opgaven, heb je geen behoefte aan meer comfort. Je hebt behoefte aan betere tegenargumenten. Aan mensen die niet onder de indruk zijn van hoeveel tijd jij al in een idee hebt gestopt, maar gewoon aanwijzen waar het nog lekt.
Niet om het af te branden, maar om het beter te maken.
Dat geldt trouwens net zo goed voor de systemen die we bouwen. Een model, standaard, validatie of AI-toepassing die alleen bevestigt wat we al dachten, helpt ons nauwelijks verder. Goede digitalisering maakt ook tegenstrijdigheden, ontbrekende informatie en zwakke aannames zichtbaar.
En ja, dat irriteert soms. Maar die irritatie is niet het probleem. Irritatie is een voorbode van scherper denken, het is een kwaliteitscontrole.
Tenzij je haar alleen gebruikt als excuus om je terug te trekken in je eigen gelijk.
En dat is misschien wel de moeilijkste les: kritiek hoef je niet meteen leuk te vinden. Irritatie hoeft niet gezellig te zijn. Maar als je haar te snel afdoet als ruis, dan gooi je soms precies het inzicht weg dat je nodig had om verder te komen.
Fileermoment
Wie bij irritatie meteen in de verdediging stampt, verdedigt zelden de waarheid, die verdedigt meestal vooral het eigen gelijk.
Dus nee, irritatie is geen storing in het gesprek. Heel vaak is het het moment waarop leren eindelijk begint.