Stro zit in de lift als bouwmateriaal. In Eindhoven verrijst een toren en met een beetje geluk heeft Nederland in 2028 een eigen fabriek. Dat laatste is goed voor de milieuberekening. “Eigenlijk flauwekul”, vindt Jan Walrecht, founding partner van Strotec. “CO2 houdt niet op bij de grens.”
Stro? Stro. Walrecht zet zijn tanden al een tijdje in dit populaire en veelbelovende bouwmateriaal. Hij handelt kant- en klare gevels en bouwblokken die momenteel in een compleet gerobotiseerde productielijn in Slowakije worden geproduceerd. Als het aan Walrecht ligt, komt daar snel verandering in. “Tijd voor een fabriek in Nederland. Dan kunnen we ook Nederlands stro gaan toepassen.”
Die wens is dichterbij dan ooit. EcoCocon, het moederbedrijf van Strotec, dat verdiepingshoge elementen van stro produceert, heeft net een subsidieaanvraag ingediend voor een stro-verwerkingsfabriek in Nederland. Walrecht: “Acht Nederlandse provincies hebben interesse.”
2028
Het is de bedoeling dat die productielocatie er in 2028 komt. Of dat gaat gebeuren, is afwachten. “Over een half jaar wordt duidelijk of we de subsidie krijgen. Heel spannend, want we hebben er veel werk in zitten. Waarom het belangrijk is dat deze fabriek er komt? Nu mag de CO2-winst niet worden meegeteld in de milieuprestatieberekening (Mpg). Persoonlijk vind ik het flauwekul, omdat het CO2-probleem niet ophoudt bij de grens.”
Walrecht zit niet bij de pakken neer en gelooft al ruim tien jaar in de kracht van stro als bouwmateriaal. “Het groeit snel, is makkelijk verwerkbaar en bovendien is er stro zat. Zo lang we bier drinken en brood en pasta eten hebben we granen nodig. De stelen daarvan blijven over als restproduct en daar maken wij elementen van. Alleen al in Nederland is er genoeg stro om jaarlijks 75.000 woningen te bouwen.”
Benieuwd naar het hele verhaal? Luister naar Bureau Stoer.