Waarom liggen de brandveiligheidsregels onder vuur? Wat betekent dat voor houtbouwprojecten en wat is er nodig om dit ‘brandje’ te blussen? Daarover gaat de nieuwste aflevering van de podcast Bureau Stoer.
“Of we moeten stoppen met bouwen met hout? Welnee”, reageert Saskia Hegeman, business developer bij bureau Nieman, op het rapport van TNO over ‘verouderde’ brandveiligheidsregels, in de nieuwste aflevering van de podcast Bureau Stoer. Naast haar zit Lieuwe de Witte, lector brandveiligheidskunde van beroep.
De één is kleindochter van een brandweercommandant, de ander rolde min of meer bij toeval in het vakgebied. De Witte is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV).
De twee leerden elkaar kennen na de noodlottige brand in een cellencomplex bij Schiphol in 2005, waarbij 11 gedetineerden zonder wettige verblijfstitel om het leven kwamen. Namens de Rijksgebouwendienst werkten de twee vervolgens aan het brandveilig maken van alle cellencomplexen in Nederland. Dat leek een nobel streven, maar achteraf gezien was het misschien wel iets teveel van het goede, blikt De Witte terug op die tijd. “Want echt niet alle complexen waren onveilig.”
Wat is acceptabel?
Brandjes blussen, of beter gezegd, politieke brandjes blussen, is exemplarisch geworden voor het brandveiligheidsbeleid in Nederland, aldus de expert. Hij dringt aan op een fundamentele herziening van het stelsel. Hij mist op wettelijk papier vooral een beschrijving van de risico’s die we als land bereid zijn om te accepteren.

Brandveiligheidsexperts Saskia Hegeman en Lieuwe de Witte voor het gebouw van het NIPV. Foto: Thomas van Belzen
De Witte: “De regels gaan uit van twee hoofddoelen: voorkomen dat de brand overslaat naar naastgelegen gebouwen op een andere perceel en het aantal slachtoffers beperken. Echter de vraag wat we acceptabel vinden, gaan we uit de weg.”
“Waarom de regels verouderd zijn? In rap tempo verandert onze manier van bouwen en wonen. De energietransitie, op het gebied van duurzaamheid… Dat heeft allemaal invloed op de veiligheid. Het is terecht dat grotere maatschappelijke ontwikkelingen voorgaan, maar de brandveiligheid mag je niet vergeten.”
Kalkoen
Hegeman vult aan: “Brandveiligheid is nu een soort kalkoen bij het kerstdiner. Nodig hem maar even niet uit, want daar wordt het complexer van, terwijl je ‘hem’ eigenlijk vanaf dag één moet integreren in het ontwerp.”
De twee reageren op het rapport van TNO dat vorige week het licht zag. Het onderzoeksinstituut stelt dat de regels voor brandveiligheid achterhaalt zijn en niet meer aansluiten bij de huidige manier van bouwen met andere materialen, zoals hout. De Witte: “Anders dan beton brandt hout mee… We gaan van een brand in een gebouw naar een gebouw in brand. Dat is wezenlijk anders.”
Te brandveilig
Het is tijd om de regels aan te passen en het speelveld te verhelderen, vinden ze. Onduidelijkheid zorgt nu voor verwarring tijdens de planvorming en initiatiefnemers van houtbouwprojecten zouden in toenemende mate terugvallen op constructies van beton. “Zonde”, vindt Hegeman en “nergens voor nodig.”
Het tweetal doet verschillende suggesties. Zo zou hoofdelijke aansprakelijkheid voor de brandveiligheid van een gebouw uitkomst kunnen bieden. Materialen verbieden is volgens de twee niet nodig. “Je zou hooguit kunnen denken om specifieke voorzieningen te verplichten in risicovolle gebouwen…”
Benieuwd naar het hele verhaal? Luister naar Bureau Stoer aflevering 34: “Biobased bouwers opgelet: brandveiligheidsregels onder vuur”